Contacttijd en leren

Bij ons op school woedt een felle discussie over het reduceren van de contacttijd. Tegenstanders van de reductie voeren aan dat het terugbrengen van de contacttijd grote gevolgen zal hebben voor de resultaten van de leerlingen. Kenmerkende uitspraak van een docent: “maar dan kom ik niet meer door de stof heen”.

Bij de effectiviteit van leren speelt het aantal uren contacttijd (uiteraard) een rol. Misschien als gevolg van het feit dat dit eenvoudig te kwantificeren is, vind ik de nadruk hierop zwaar overdreven. Naast het aantal uren spelen zaken als de inrichting van de les, de voorbereiding van de leerlingen en docent, de gebruikte materialen en de vakbekwaamheid van de docent ook een grote rol.

In het discussiestuk van McKinsey & Company, bijlage bij het – meer dan 200 pagina’s tellende – stuk brede heroverwegingen: productiviteit onderwijs, komt het onderwerp contacttijd niet aan de orde.
Merkwaardig genoeg komt in de samenvatting van het stuk de volgende zin voor: “Zo is het mogelijk om een deel van de besparingen die (eventueel) samen hangen met verbeteringen van het stelsel weer in te zetten voor maatregelen waarvan bekend is dat deze een groot positief effect hebben op de prestaties (o.a. instructietijd en kwaliteit docenten).

Op zoek naar het verband tussen contacttijd en prestaties vind je weinig informatie. Volgens mij is er geen bewijs dat meer contacttijd tot betere prestaties leidt. Integendeel. Het weinige onderzoek dat hier naar gedaan is, laat zien dat er een optimum is en dat uitbreiding van de contacttijd zelfs resulteert in vermindering van de prestaties. Deze ‘wetmatigheid’ is ook wel bekend als de ‘wet van Vos’.

Mijns inziens is het verband tussen meer contacttijd en leerprestaties een idée fixe! Hoe bestaat het dat een (ongetwijfeld duurbetaalde) werkgroep tot deze aanbeveling komt?
Dezelfde werkgroep doet ook uitspraken over de kwaliteit van de docenten en schoolleiders, zonder aanbeveling hoe die kan worden verbeterd. Dat vind ik een veel interessantere discussie.