15-10: Midebdo dag 2

Het ochtendprogramma bestaat (wederom) uit de noodzakelijke beleefdheidsbezoeken. Voordat je als buitenstaander je ding kan doen, moet je eerst een bezoek hebben gebracht aan de burgemeester en de prefect. Officieel hoort daar ook nog de inspecteur bij, maar die is afwezig. Na deze audiënties hebben we toestemming om onze gang te gaan.

 
We brengen vervolgens de kleurpoltoden naar de basisschool in Dobena. Aruna is een jonge, gedreven directeur. Hij heeft een keurige schooltuin met papaya, zoete aardappelen en traditionele aubergine. Naast formeel leren wil hij zo ook informeel leren bevorderen. De leerkrachten drinken gezamenlijk thee (met veel suiker) ter afsluiting van hun werkdag. Op zaterdagmorgen gaan de kinderen daar nog naar school! Aruna weet zijn team te binden en stimuleren. Goede vent. De leerlingen zullen tekeningen maken die we op onze sponsordag op 5 november tonen.
Aruna laat zijn kantoor zien. ‘Quelle bazar’ is hier ook op (insiders weten wel waarop nog meer) van toepassing. Enige ordening aanbrengen is blijkbaar lasting voor de gemiddelde Afrikaan. Ze beschikken over de laatste (aug 2011) handboeken didactiek, bijvoorbeeld de didactiek voor wandplaten (de voorloper van het smartbord). Ze werken ook in groepen: de helft van de klas krijgt instructie, terwijl de anderen zelfstandig aan oefeningen werken. Dat heb ik wel heel anders gezien hier. Terug naar Midebdo.

 
Bij vorige bezoeken is gesproken met een aantal jongeren. De werkloosheid is hoog. Ze hebben hun opleidingen afgerond, maar kunnen niet aan de slag. In een poging hun ondernemersschap te stimuleren hebben we ze uitgedaagd te beschrijven wat ze nodig hebben om een onderneming te starten.
Per groep nemen we hun plannen door, stellen de prioriteiten vast en laten ze de bijbehorende investeringen schatten. Op basis daarvan bieden we toezegging voor een microcrediet aan dat ze in drie jaar terug moeten betalen.
Met uitzondering van de timmerlieden hebben ze zich goed voorbereid. Bij elke afronding stellen we de vraag of ze snappen dat er onderscheid moet zijn tussen onderneming en privé (la grande famille). Allen antwoorden ‘ja’! Ik ben benieuwd of ze dit – volledig in de cultuur ingebakken – solidariteitsprincipe kunnen laten varen voor hun onderneming.

 
Einde van de dag lopen we over de markt. De zaterdagmarkt heeft een regionale functie. Het is er erg druk. De markt heeft naast een handels- ook een sociale functie. De dolo (lokaal gebrouwen bier van mil) vloeit rijkelijk.
Vergeleken met de markten in Bobo en Ouaga die ik eerder bezocht heb, zijn de mensen hier absoluut niet opdringerig.

14-10: Midebdo

Vanmorgen om 07:30 al ontvangen door de Directeur Régional van het voortgezet onderwijs in onze regio. Het was er een drukte van belang, want morgen komt de minister van Onderwijs op bezoek. Hij heeft toch een half uur voor ons vrij gemaakt.
Het is vooral een beleefdheidsbezoek. Wij willen dat zij ons en onze initiatieven kennen. Ook zij benadrukken dat er sprake moet zijn van samenwerking.
Aansluitend bezochten we Dreba, de regionale directie van het basisonderwijs. Ook een beleefdheidsbezoek. Op onze vraag welke behoeften er zijn, antwoordde de directeur dat we daarvoor vooral onze voelsprieten moeten uitsteken bij de basisscholen zelf. Zij zullen vervolgens alles in het werk stellen om de eventueel daaruit voortvloeiende projecten op de juiste manier administratief te ondersteunen.

Daarna hebben we in het hotel een gesprek gehad met Désiré Sib en Momo Koko. Sleutelfiguren binnen de gemeenschap van Midebdo en voor ons een belangrijk klankbord voor de initiatieven die we ontplooien en vooral een bron van informatie hoe de hazen lopen in Burkina Faso.

 
’s Middags worden we opgehaald door onze privé chauffeur met een 4 x 4. Deze hebben we hard nodig voor het vervoer richting Midebdo. We slaan water en brood in, omdat dat niet te koop is in Midebdo.
Het eerste deel gaat over asfalt. Het tweede deel over ‘la rue rouge’ ofwel zandweg. Nu wordt duidelijk waarom Cees een 4 x 4 huurt. Voor een gewone auto is deze ‘weg’ niet te berijden. Over 60 km doen we twee uur. Geen last van files.

 
In Midebdo worden we ontvangen door onze gastheer Mirwe Kambire. Hij is de ‘rijkste’ man van het dorp, want hij heeft als enige een betonnen huis. Het gebouw waar wij logeren is een bijgebouw – ook van beton – met een dak van golfplaten, waar normaal zijn zoons slapen. Ik heb een kamer van 2½ bij 2½ waarin een matras en wat schoolspullen op een tafeltje liggen.

 
Mirwe geeft aan dat hij een arme boer is. Op onze vraag hoe hij dan deze (relatief) luxe huizen heeft kunnen bouwen, antwoord hij dat hij een broer in Ouaga heeft die journalist is. La grande famille.
Er zijn diverse bijgebouwen waarin andere familieleden wonen. Ik wil niet de nieuwsgierige tourist uithangen, maar een korte blik in het interieur laat grote armoede zien. De leefgemeenschap van Merwe wordt omringt door maisvelden. Om de gebouwen scharrelen kippen, parelhoenders, varkens en geiten. Deze vormen een soort spaartegoed. In zware tijden kunnen ze deze verkopen, zodat ze over geld kunnen beschikken. Merwe heeft twee vrouwen, zijn derde vrouw is overleden. Naast zijn eigen kinderen en nichtjes heeft hij ook de zorg over 5 jongens van vrienden, die in Midebdo naar het College gaan. In totaal 20 kinderen die hij een onderkomen biedt en moet voeden.

de 5 zonen van Mirwe's vrienden voor hun huis in schooluniform

Ook hier weer het signaal dat er te weinig regen is gevallen en dat de regentijd later is begonnen dan andere jaren. De mensen maken zich grote zorgen of ze straks genoeg te eten hebben voor hun familie. ‘s Nachts regent het een beetje. Een druppel op een gloeiende plaat.

13-10

Vanmorgen vroeg op omdat de bus naar Gaoua om 7 uur vertrekt. We moesten om 06:30 bij het busstation zijn. Ignace had de dag ervoor de kaartjes gehaald. Hij was er om 06:45 nog niet. Hij wist de spanning aardig op te bouwen. Typisch Afrikaans hoor ik je zeggen, maar dat is niet altijd zo. De bus vertrok stipt om 07:00. Gelukkig met ons drieën en onze baggage.
Dat is een hele belevenis: samengepakt in een bus zonder airco. Weinig been- en zitruimte. Gelukkig geen levende have bij de handbagage. Je staat er versteld van wat ze allemaal meesjouwen: er gaan hele brommers in het laadruim.
Het is een reis van 6 uur. Het begin van het traject verliep soepel. Cees gaf aan versteld te staan van de kwaliteit van de weg. Dat had hij beter niet kunnen zeggen: hoe verder we richting de eerste tussenstop Boromo kwamen, hoe slechter de weg. Shaken, not stirred.

 
Bij de tussenstops voor mij inmiddels bekende taferelen: allemaal kooplui die proberen hun waren aan jou te slijten. Drankjes, fruit, koekjes, papieren zakdoekjes, telefoonkaarten, brood, eieren, etc.
Het landschap onderweg is wat saai: een savannelandschap. Ten opzichte van 2 jaar geleden wel een stuk groener. We zien voor mijn gevoel ook meer landbouwactiviteiten: maisoogst, mil rouge, mil blanc (shorgo), rijst, katoen, groentetuinen en kuddes koeien en geiten, gehoed door kleine jongens.

 
Een beetje stijf stapten we in Gaoua uit. Hotel Hara is een verademing. Een ruime kamer met goed werkende airco en warme douche. Veel ruimte en een stuk rustiger dan Ouaga. Ik hoor weer de – voor mij – bekende geluiden van de duifjes, hagedissen en krekels. Voor mij zijn deze geluiden verbonden met Burkina Faso.
‘s Middags eerst de verslagen van de afgelopen dagen afgemaakt en op internet gezet. Daarna heb ik met Ignace de omgeving een beetje verkend en hebben we een heuvel beklommen die uitzicht biedt op Gaoua. Toen ik het op foto wilde zetten, bleken mijn batterijen leeg.
Ignace wees mij op ‘les epines’ bij het beklimmen van de heuvel. Dit is de beste manier om Frans te leren : het blijken gewoon prikstruiken te zijn die allemaal lastige stekels in je sokken achterlaten.

 
Bij het zoeken van de adapter van de netbook kwam ik nog een ‘ reep’ chocola tegen. Deze was buigzaam. Jojanneke : je hebt geen gelijk ; de chocola blijft niet hard in dit klimaat. We hebben het in de koelkast gelegd en later samen opgegeten.
Einde van de middag en avond hebben we enkele belangrijke contactpersonen van onze stichting (voor de insiders: Koko Mono en Desire Sib) gesproken. Daarbij wordt er en vast protocol gevolgd: bonne arrivé, waarna je wordt gevraagd naar jouw gezondheid, die van je vrouw en kinderen en jij wordt ook geacht hetzelfde te doen.
Van Koko kregen we een drankje aangeboden. Ik ben – door de wol geverfd – tamelijk voorzichtig, maar nu heb ik toch een Brakina (Burkinabe biertje) geproefd. Smaakt prima! Ik neem een paar flesjes mee naar huis.

12-10

Goed geslapen in de kamer met airco in hotel Central midden in Ouagadougou. Stel je daar niet te veel van voor. Die is geplaatst in de buitenmuur en langs de randen kijk je gewoon naar buiten. De electrische installatie is ook niet zoals wij dat gewend zijn.

Zo verleng je de aansluiting van de airco in BF: ' gewoon' open langs de muur

Geld trachten te pinnen, maar zowel mijn master- als visacard weigerden. Gelukkig kon Cees wel pinnen. Met Ignace en Dieudonne zijn we naar een tuin (die zijn zelfzaam in Ouaga) gelopen – we willen tenslotte een goede indruk van het straatbeeld krijgen – en daar samen wat gedronken. Het straatbeeld is ten opzichte van 2 jaar geleden niet zoveel veranderd. Ik heb de indruk dat het iets minder chaotisch is, maar misschien komt dat ook omdat ik beter wist wat ik kon verwachten. Het enige dat ik nog niet gezien heb, zijn de ezelkarren. Zou dat een teken van vooruitgang zijn?

Ignace en Dieudonne zijn achter in de 20 en wij proberen hun situatie te begrijpen. Geen vast inkomen en geen uitzicht op werk. Ze scharrelen hun dagelijkse kost bij elkaar door wat muziek te maken en vooral te lenen van vrienden. De sociale verbanden zijn hier letterlijk van levensbelang. Wij hebben ze uitgelegd dat we daar een Nederlands gezegde voor hebben: ” gaatjes met gaatjes vullen” .

Ze zijn helemaal niet gewend dat dit soort zaken openlijk met ‘ ouderen’  worden besproken. Ze vinden ons Hollanders erg direct. Dat past niet in hun cultuur. Het is ons duidelijk dat ze steeds trachten een sociaal gewenst antwoord te geven.

’s Middags hebben we een gesprek gehad met de Nederlandse ambassadeur in Burkina Faso: Ernst Noorman. De ambassade wordt gesloten en we wilden graag meer informatie over de consequenties daarvan, met name voor het onderwijs en de medische hulp. Het was een prettig gesprek, waaruit wij meenemen dat de overdracht goed is geregeld. Uit alles blijkt een grote betrokkenheid bij Burkina Faso. Op onze weg naar buiten zagen hoe beide werelden bij elkaar komen: een Hollands plaatje in een typische Burkinabe oplossing voor een fotolijst.

De zijstijlen van de lijst zijn vervangen door touw: past altijd!

’s Avonds hebben we een bezoek gebracht de vrouw van de directeur van de middelbare school in Midebdo. Zijn vrouw woont en werkt in Ouagadougou; hij in Midebdo (ruim 500 km naar het zuid-westen). Bij navraag hoe dat zo gekomen is, blijkt dat de regering de standplaats van de onderwijsmedewerkers bepaalt. De busreis naar Gaoua duurt 6 uur en dan moet hij nog reizen tussen Gaoua en Midebdo. Ze hebben dus zelfs geen weekendhuwelijk.

Ze wonen – met hun twee kinderen – in Ouaga 2000, zeg maar een vinexlocatie van Ouagadougou. De infrastructuur is daar nog lang niet op orde. De ‘wegen’ (lees zandpaden) zijn een goed voorbeeld dat ze het gezegde ‘ gaten met gaten vullen’  ook in de praktijk brengen. Terug naar het hotel hebben we weer een taxi genomen. Met z’n zessen in een taxi, waarbij tweemensen op de voorste stoel zitten: ik vind niks gek meer in Burkina.

Vroeg naar bed, want we vertrekken om 7 uur met de bus naar Gaoua.

11-10: valse start

Op mijn reis richting Brussel belde mijn reisgenoot Cees toen ik ergens in de trein tussen Utrecht en Rotterdam zat dat Air France hem had gebeld: er zou gestaakt worden op 11-10, dus we moesten een half uur eerder in Brussel zijn. Treinen kunnen nu eenmaal niet vliegen, dus dat was absoluut onmogelijk. We zijn in Brussel aangekomen en daar heeft een uiterst vriendelijke dame van Air France onze vlucht omgeboekt via Brussel Airlines. Ze heeft ook nog voor een taxi richting hotel gezorgd.

 
Goede nacht gehad in zeer eenvoudig hotel. We hadden het advies gekregen bijtijds te vertrekken naar Brussel Airport, dus 06:15 op. Het verkeer zat mee, dus we waren ruim op tijd bij de inchekbalie. Uiteraard vraagt de baliemedewerker om je paspoort. Heb ik de hele tijd op mijn lijf gedragen, maar het was er niet meer. Groot raadsel. Wanneer heb ik dat het laatst gehad? Bij het inchecken in het hotel. Ligt waarschijnlijk nog op het kopieerapparaat 😦

 
Hotel gebeld: geen gehoor. Cees (hij spreekt veel beter Frans dan ik) heeft dus maar een taxi gepakt. Komt hij bij het hotel, zit de deur op slot. Na veel heen en weer bellen iemand gevonden die open doet. Paspoort lag er inderdaad. Veel verkeer in Brussel, dus de deadline voor inchecken nadert. Ik naar Brussel Airlines om respijt te vragen. De vlucht blijkt vertraagd. Dit keer ben ik blij met vertraging 🙂

 
Een uur later dan gepland vertrekken we. In Ouagadougou aangekomen ruik en voel je dat je weer in Afrika bent: 35 graden. We nemen een taxi naar het hotel. Uiteraard moeten we onderhandelen over de prijs. Op onze kamer de bagage een beetje geordend, klamboes opgehangen, water gekocht.

 
‘s Avonds ontmoeten we Ignace, Dieudonne en Osi, drie jongemannen uit het netwerk van mijn dochter Jojanneke. Gepraat over politiek (geen revoluties als in Noord-Afrika, maar ze zien wel kleine veranderingen) en het weer (regentijd is later op gang gekomen en heeft minder gebracht dan anders: men verwacht slechte oogsten).

Bezoek Burkina Faso

Eind 2009 bezochten we onze dochter , morgen vertrek ik voor de tweede keer naar Burkina Faso. Sinds ons eerste bezoek heeft Burkina Faso een plekje in ons hart veroverd. Een deel van mijn schaarse vrije tijd besteed ik nu aan onze stichting Faso. De komende twee weken bezoek ik samen met Cees Boekelo onze projecten in de regio Midebdo (in het zuid-westen in de buurt van Gaoua).

Voor mij is het belangrijkste doel dat ik een beeld krijg bij alle namen van plaatsen, scholen en vooral de mensen die betrokken zijn bij onze projecten.

We hebben zonnepanelen laten installeren, er zijn laptops en lampjes op zonne-energie aangeschaft, docenten zijn geschoold in het gebruik van ICT en er is een overblijfruimte gebouwd. Ik ben benieuwd wat daarvan de resultaten zijn. Er zijn nog een aantal initiatieven als een landbouw- en werkgelegenheidsproject voor jongeren en het realiseren van drinkwatervoorziening in één van de dorpen. Wij hopen ook hiervan een beeld te krijgen van de status en de (on)mogelijkheden van onze inbreng en inzet daarin.

Bij mijn vorige bezoek verbleven we vooral in de hoofdstad Ouagadougou en konden we beschikken over electriciteit en internet. De mogelijkheden daartoe zijn deze keer zeer beperkt (3% van de bevolking op het platteland is aangesloten op het electriciteitsnet), maar ik doe een poging te bloggen.

Faso

Begin deze week heb ik “ja” gezegd tegen een bestuursfunctie bij de stichting Faso. Dit is een Nederlandse stichting die werkzaam is in het departement Midebdo in het zuid-westen van Burkina Faso (2006: 10.844 inwoners). Burkina Faso heeft een plekje in ons hart gekregen na het bezoek aan onze dochter die daar een half jaar vrijwilligerswerk heeft verricht. Daaraan heb ik in eerdere blogs aandacht besteed.

Stichting Faso zet zich primair in voor verbetering van het onderwijs in deze regio. Daarnaast zijn er activiteiten op het gebied van watervoorziening en landbouw. Daarbij sluiten we aan bij de initiatieven van de bevolking. Het is een grote wens om ICT in te kunnen zetten binnen het onderwijs. Een internetverbinding (2% van de inwoners van Burkina Faso beschikt over een aansluiting op het internet) opent voor hen het venster naar de wereld.

Ik wil mijn kennis en ervaring op het gebied van ICT (en onderwijs) inzetten om dit te helpen realiseren. Daarbij kom je hele andere problemen tegen als in mijn dagelijkse praktijk:

  • 95% van de bevolking heeft geen aansluiting op het electriciteitsnet (zo dat er al is). De energievoorziening moet dus komen van zonnecellen in combinatie met accu’s.
  • Hardware is relatief duur. Ter indicatie: een leraar verdient daar €100 per maand.
  • Als gevolg van de slechte infrastructuur is de hardware moeilijk te verkrijgen.
  • Er zijn nagenoeg geen vakbekwame mensen die ondersteuning kunnen bieden.
  • De meest basale computervaardigheden ontbreken.
  • De omgeving (stof en temperatuur) is ongunstig.

Kortom: een geweldige uitdaging!

Een groter contrast is haast niet denkbaar:

Basisschool in het dorpje Torkora Barkoura

Bron: Dell Connected Classroom

Burkina Faso resumé

Resumé van 10 dagen BF in de vorm van willekeurige kreten en zinnen:
30+ en geen wolken aan de hemel
Geen neerslag
Elke dag zonnebrandcrème en deet smeren
Hagedissen die voor je voeten wegschieten en tegen de muur opkruipen met een soort zuignapjes aan de poten
Onbekende vogels
Vreemde geuren (vooral van de houtvuurtjes ’s avonds die tot in de volgende morgen blijven hangen)
Vreemde geluiden
Ik heb mijn dagelijkse biertje, het bruinbrood, de hollandse kost en de (echte) koffie gemist
Ik heb niet gefietst
Geen schoolmail bekeken
Alleen maar koud kunnen douchen
Niet de cv, maar de airco of ventilator bedient
We hebben niet zelf gekookt
We hebben dit jaar geen oliebollen gebakken
Vriendelijke, behulpzame en dankbare mensen
Prachtige kleding (hoe houden ze die toch schoon in deze stoffige omgeving?)
Aandoenlijke kindertjes
Mijn zorgen om het land vanwege de vervuiling, de werkgelegenheid, het onderwijs(systeem), de klimaatsverandering en de logistieke (on)mogelijkheden
Ik ben onder de indruk van het vertrouwen in (een) God
Ik heb meer medicijnen geslikt dan ooit in mijn leven
Kippen en kuikens die op straat scharrelen
Gebruik van apparatuur (zoals naaimachine en strijkijzer) die bij ons in het museum staat
Oldtimers volgepakt met mensen en goederen
Het gebruik van de (meestal te kleine) fiets als transportmiddel, ook voor levende have
De soms keiharde muziek op straat
We hebben briefjes van 1000, 2000, 5000 en 10000 uitgegeven
Ik heb cola gedronken (wat ik anders nooit doe)
Weinig oude mensen in het straatbeeld (de levensverwachting is 54)
De handelsdrift van de mensen. Ze zien overal koopwaar in
Het gebruik van natuurlijke grondstoffen
Het ontbreken van een scheiding in langzaam en snel verkeer
Electriciteit is geen vanzelfsprekendheid, ook niet in Ouaga
Ik heb uitsluitend water uit flessen gedronken
Het gebruik van het hoofd als derde ‘hand’
Het volledig ontbreken van prijzen bij de artikelen. Je moet hierover onderhandelen
De brandweer die wordt ingezet als ambulance
De stoflaag die alles bedekt
De manier waarop de vrouwen hun kind op de rug dragen. Zou de vorm van hun kont hierdoor genetisch bepaald zijn?
De korte bedden (1.90 m.)
De verantwoordelijkheid van oudere broer of zus om op het jongere broertje/zusje te passen
De creativiteit en aandacht die de vrouwen aan hun kapsel besteden (gebruikmakend van kunsthaar)
Het ontbreken van prullenbakken op straat en het gemak waarmee iedereen alles van zich afgooit.
De TV die een belangrijk middelpunt vormt en altijd (hard) aanstaat
Ik heb een goede en (overwegend) positieve indruk gekregen van de omgeving waarin en de mensen met wie Jojanneke werkt en omgaat. We laten haar met een gerust hart (maar toch ook met een brok in de keel) achter. Ze wordt omringt door zorgzame mensen. Ik denk dat haar werk en verblijf hier een moedige en belangrijke stap in haar leven is.
Ik wens geen opsomming te geven van de zaken die minder of beter zijn in Nederland ten opzichte van BF. Laat ik eindigen met de conclusie dat BF ANDERS is en in elk geval meer extremen kent dan Nederland.

Burkina Faso dag 11

Er is een afspraak voor ons geregeld om de kliniek waar Appoliné – alweer een jongeman uit het netwerk van Jojanneke (en ook geneeskunde student) – twee ochtenden in de week stage loopt. Het is een ‘sociale’ kliniek, wat betekent dat ze (veel) goedkoper werken dan het ziekenhuis en zelfs gratis voor degenen die het echt niet kunnen betalen. De mensen uit de wijk hebben voorrang. Ziektekostenverzekeringen kent men hier niet. Je moet betalen voor behandeling en/of verblijf in het ziekenhuis en familie of vrienden moeten zorgen dat je te eten krijgt.
De kliniek wordt gesponsord door een Frans ziekenhuis. Zij ontvangen afgeschreven apparatuur en (restanten van) medicijnen. We worden door een trotse Appoliné rondgeleid. Alles is relatief en voor de Burkinabé is het misschien een goed uitgeruste kliniek: ze beschikken bijvoorbeeld over een apparaat om echo’s mee te maken. Er zijn twee bedden. Deze zijn alleen voor dagopvang. In onze ogen is het echter zeer triest. De ruimten zijn klein, rommelig en niet schoon. Ze beschikken over zwaar verouderde middelen en missen bijvoorbeeld een microscoop en apparatuur voor bloedanalyse. De ruimte waar instrumenten worden gesteriliseerd is zo vies dat ik dat nog liever bij ons thuis op het toilet zou doen. De opzet is goed, maar ik ben geschokt over de faciliteiten waarmee ze hun werk moeten realiseren. Ik heb grote bewondering voor degenen die dit werk onder deze omstandigheden doen en het enthousiasme waarmee ze dat doen.
Naderhand drinken we samen wat en wachten op Droppie die zich bij ons zal voegen. Dieudonné en ik gaan op pad om geld te pinnen. We moeten morgen afrekenen op de missie en ik wil 250.000 CFA = 375 euro opnemen. Dat kan niet. Ik krijg de melding dat het teveel is en dat ik maximaal 100.000 CFA =150 euro kan opnemen. Gelukkig weet Dieudonné verderop een andere bank waar je ook kan pinnen. Daar staat een behoorlijke rij. Net als we willen aansluiten, wordt het hek gesloten en meegedeeld dat er geen geld meer kan worden gehaald, omdat het geld op is ;-O
Op naar een volgende bank. Dat is een stevig stuk lopen, maar daar lukt het wel om het restant te pinnen.
’s Middags gaan we naar het plaatselijke bos. Dat is een oase van rust in het verder hectische Ouaga, de stad die nooit tot rust komt. We doen een dutje, drinken nog wat en maken een rondwandeling. Qua geluiden en vogels waan je je in de tropen: exotisch. Dit klopt echter niet met de bodembedekking: droge bladeren. Er is water en volgens de waarschuwingsborden schijnen daar krokodillen in te zitten, maar we zien er geen.
De jongelui gaan uit eten. Wij houden het bij een cup-a-soup: het enige naast brood (en cola) dat geen problemen met onze darmen oplevert. Wat dat betreft zijn we best blij dat we binnenkort weer richting Nederland gaan. Het was voor ons beiden goed om af te vallen, maar dit is geen prettige manier. Ik ben benieuwd wat de weegschaal aangeeft.
’s Avonds gaan we de stad in om oud en nieuw te vieren. Er treedt een traditionele dans- en muziekgroep op uit het oosten van BF. Ritmische klanken en bewegingen. De gemiddelde Afrikaan zit heel wat losser in de heupen dan wij.
Om middernacht wenst men elkaar een goed 2010. Er wordt hier en daar wat vuurwerk afgestoken. Bij het zien van professioneel siervuurwerk gaan Dieudonné en Droppie helemaal uit hun dak. Ze springen en schreeuwen van enthousiasme.