Magister 6: afspraak

Sinds het begin van dit schooljaar kan ik, in mijn rol als docent, alleen nog gebruik maken van Magister 6. Ik ervaar dit als twee stappen vooruit, maar nu ben ik geconfronteerd met één stap terug: het aanmaken van een gezamenlijke afspraak in de Agenda.

Ik maak deel uit van een ICT werkgroep die tweewekelijks overleg heeft op een vast moment. Helaas kan ik deze niet als herhaalde afspraak in de Agenda zetten. In de FAQ is vermeld dat dit op de wensenlijst staat. De workaround is elke afspraak, met de bijbehorende deelnemers, opnieuw aan te maken. Jammer, maar overkomelijk.

Als docent begeleid ik een aantal groepen bij het profielwerkstuk. Hiervoor maak ik met de betreffende leerlingen een (gezamenlijke) afspraak op een tussenuur of na schooltijd. In Magister 5 kon ik die laten meetellen voor onderwijstijd, wat volgens mij correct is: er is sprake van een onderwijsactiviteit waarbij een docent aanwezig is. Laten meetellen voor onderwijstijd is nu in Magister 6 onmogelijk.
Dezelfde FAQ geeft als uitleg: “Een docent mag geen afspraken met onderwijstijd meer aanmaken. Dit is functionaliteit dat behoort bij een roostermaker en/of een onderwijs ondersteunend personeelslid”. = bullshit!
Dit antwoord getuigt mijns inziens van weinig kennis van de onderwijsprocessen en taken van de docent. De roostermaker of mijn administratieve collega ziet mij aankomen.
Magister: dit moet terug op de Agenda! (en mocht dit opgepakt worden: maak dan ook absentieregistratie hiervoor weer mogelijk).

Magister 6: presentie

Als docent gebruikte ik voor de zomervakantie Magister 5 uitsluitend nog voor de absentieregistratie: het foto-overzicht op het digibord en dan aanklikken wie aanwezig was. Deze werd meteen als present geregistreerd. De rest werd automatisch absent geregistreerd bij het afsluiten van de les.

Na de zomervakantie kan je als docent alleen nog Magister 6 gebruiken. In Magister 6 kan je alleen absentieregistratie doen. Lastig als je de leerlingen nog niet kent. Ik mis de presentie registratie van Magister 5. Hier heb ik een olifantenpaadje voor gevonden.

Ik selecteer in de leerlingenlijst alle leerlingen.

 

Vervolgens schakel ik over naar het fotoboek en haal de vinkjes weg bij de leerlingen die aanwezig zijn. De overblijvende leerlingen registreer ik als absent en daarna verantwoord ik de les.

Toegegeven: het zijn wat extra klikken, maar ik vind dit – zeker in het begin – beter werken.

 

In Control

De titel van deze blog zegt niets over mijn huidige status. Integendeel zou ik haast zeggen. Het is de titel van het laatste boek van Thijs Homan, hoogleraar Implementation and Change Management bij de Open Universiteit Nederland. Naar mijn mening opnieuw een meesterwerk! Klik hier voor zijn introductie.
Hij wenst de lezer veel verwarring toe. Welnu: dat is hem gelukt.

‘In Control’ gaat primair over de vraag hoe het toch kan dat de bureaucratie (afvinklijstjes, formulieren, protocollen, procedures, POP, school-, team-, jaar- en vakwerkplan, lerarenregister, audits) eerder toe dan af (b)lijkt te nemen. Dit weekend werd bekend dat een zorgprofessional 40% van zijn/haar werktijd besteedt aan administratie. Vergelijkbare signalen komen uit het (met name basis) onderwijs. Zijn we slachtoffer van de bureaucratie? Of zijn we er misschien aan verslaafd?

Diverse schrijvers geven aan dat de bureaucratie (‘old way’) haar langste tijd heeft gehad en komen met hun oplossing (‘new way’). Ik heb met genoegen ‘Verdraaide Organisaties’ van Wouter Hart en ‘Verandering van tijdperk’ van Jan Rotmans gelezen. Beide boeken gaven mij het gevoel ‘Het Probleem’ en ‘De Oplossing’ (terug naar de bedoeling en transities/kantelingen) hiervoor te begrijpen. Toch blijft er iets knagen. Alsof je na een goede preek op zondag weer gewoon overgaat tot de orde van de dag: er is niets veranderd.

Thijs Homan zet ‘In Control’ alle ontwikkelingen die hij ziet (hoort en leest) op een rij. Dat geeft je een breed en vooral genuanceerd overzicht. Het gaat veel te ver hier in deze blog een samenvatting te geven. Ervaar het zelf en lees ‘In Control’.
Thijs Homan formuleert zijn conclusie erg voorzichtig: “Al met al denk ik dus dat we wel in een tussenfase zitten, maar daarbij bevinden we ons nog wel in een vroeg beginstadium ervan“.

Thijs Homan gebruikt veel beelden en beeldtaal. Dat helpt mij om de dingen een plekje te geven. Dat geldt vooral voor het beeld van het ‘aantrekkingsbassin’. In een landschap (dat voortdurend aan verandering onderhevig is) vormen zich meerdere bergen en dalen. Zo’n dal kan diep en uitgebreid zijn, waardoor het lastig is hieraan te ontsnappen. Zonder het nu te typeren als zwart gat: er gaat veel energie inzitten en eruit klimmen (richting een andere aantrekker) kost je grote moeite. Veranderen betekent dan dus: de schop oppakken en her en der bassins dempen, geultjes graven en andere bassins uitdiepen. ‘In Control’ leert je dat dit geen gecoördineerde actie is, maar meer een geval is van ieder voor zich (multicentrisch). Daarbij ontstaat (vaak door toeval) samenwerking die soms resulteert in een tipping point. Een hoog Klooi gehalte dus.

Magister push bericht (1)

Gisteren ontstond er enige verwarring tussen een collega en een aantal leerlingen van A5 betreffende Magister Berichten. De collega (en velen met hem) gebruikt Magister Berichten voor de communicatie met de leerlingen. De leerlingen bleken niet allemaal op de hoogte van het laatste door deze collega verzonden bericht. Magister Berichten worden, zoals je dat kan verwachten, netjes afgeleverd en zijn voor de leerlingen ook te lezen via de Magister app. Dat is het probleem niet.

De leerlingen openen de Magister app slechts af en toe en missen daardoor soms urgente berichten. De leerlingen gaven aan een push notificatie te verwachten bij de ontvangst van een nieuw Magister Bericht. Vanuit hun belevingswereld een begrijpelijke wens. Deze functionaliteit is echter niet ingebouwd in de Magister app. Dit hoeven we volgens de Magister roadmap dit schooljaar ook niet meer te verwachten.

Ik ‘hoorde’ heer Bommel verzuchten: “Tom Poes, verzin toch eens een list!”. Het moet toch mogelijk zijn om een push bericht te genereren bij de ontvangst van een Magister Bericht? Na wat speurwerk en Klooien (met een hoofdletter: ik gebruik dit als geuzenterm) is het mij gelukt. Ik heb de Pushover app (beschikbaar voor Android en iOS) geïnstalleerd. Na aanmelding beschik je over een ‘@pomail.net’ mailadres waar je de berichten die een notificatie moeten genereren heen kunt sturen.

Enige dat ik nu nog moest doen, is een regel in ons mailprogramma GroupWise aanmaken die de berichten van (de in Magister geregistreerde) afzender van een Magister Bericht automatisch doorzet naar het pomail.net mailadres. Het aanmaken van een regel kan vreemd genoeg niet in de webversie van GroupWise, dus dat heb ik vanmorgen op school gedaan. Het werkt!

Dus met enige inspanning kunnen leerlingen, maar ook leraren! zorgen dat ze een push notificatie op de smartphone ontvangen als er een nieuw Magister Bericht wordt gestuurd.

Toen ik dit vanmorgen (met enige trots) deelde met mijn A4 groep reageerde Tom (geen familie van de hiervoor genoemde) vrij nonchalant: “maar meneer, dat had u toch ook gewoon via Flow in Office 365 kunnen doen!”
De Pushover app kent een proefperiode van 7 dagen en kost daarna eenmalig $4,99 per platform. Ik heb dus nog 6 dagen om uit te zoeken of ik hetzelfde binnen Flow voor elkaar kan krijgen. Voor leerlingen is dit waarschijnlijk gemakkelijker (zij beschikken wel over Outlook); voor leraren complexer door het gebruik van GroupWise.

I&I 2017: terugblik

Nu ik weer ‘voor de klas’ sta als docent informatica, voelde ik het als een verplichting de I&I conferentie op 19 april 2017 bij te wonen. Een korte terugblik.

Aad van der Drift deed de aftrap, waarbij hij stilstond bij het overlijden van René Franquinet en het (groeiende) tekort aan informatica docenten in het VO. Daarna introduceerde hij de keynote spreker Miles Berry. Zijn presentatie op YouTube. Computational Thinking / Digitale Geletterdheid is hot. In het Verenigd Koninkrijk lopen ze duidelijk voor op ons. Mooi vond ik de term ‘tinkering‘, die aardig in de buurt komt van ‘klooien‘.

Na de keynote heb ik de workshop ‘Scenario’s voor ontwikkeling en invoering van een leerplan voor digitale geletterdheid in de bovenbouw’ van Jos Tolboom en Victor Schmidt (SLO) bijgewoond. Aan de hand van een concreet voorbeeld (fietsroute) met meerdere aanknopingspunten voor digitale vaardigheden bij verschillende vakken ontspon zich een boeiend gesprek. Daarbij kwamen de thema’s scheiding tussen de vakken (in de terminologie van Thijs Homan: losgekoppeld i.p.v. losjes gekoppeld) en de ICT vaardigheden van docenten (maar ook de leerlingen) naar boven drijven. Er vond een stevig potje betekenissenbridge plaats.

Tijdens de lunch was er ruim de gelegenheid om te netwerken. Na de lunch heb ik de workshop ‘Individuele keuzes en groepsgedrag (Kunstmatige Intelligentie)’ van Harmen de Weerd gevolgd. Met behulp van Netlogo (bij het zien van de onderliggende code van één van de simulaties kreeg ik een ‘flashback’ naar het besturen van een schildpad met Logo: afbeelding links) liet Harmen zien dat individueel gedrag op basis van een klein aantal eenvoudige regels ‘intellectueel’ gedrag van een groep tot gevolg (b)lijkt te hebben. Inmiddels heb ik het programma Netlogo door onze ICT afdeling binnen ons schoolnetwerk laten installeren, want ik zie hiervoor zeker toepassingsmogelijkheden bij de informatica lessen.

De afdronk: goede opzet, leerzaam (ik kon zomaar 4 matches maken met de criteria geformuleerd in mijn vorige blog ‘Lerende leraren‘) en voldoende mogelijkheden tot ‘ideeënsex’, ‘mentaal fierljeppen’, ‘betekenissenbridge’ en vormen van ‘weak-ties’ (om maar eens een paar Homan beeldwoorden te gebruiken). Kortom: geslaagd!

 

Lerende leraren

Als zijinstromer kijk ik vanuit een ander perspectief naar mijn (werk)omgeving dan menig collega met tig jaren ervaring. Soms met verwondering, die ik als volgt in een paradox heb geformuleerd: “hoe is het mogelijk dat in een organisatie waar leren het primaire proces is, degenen die dat faciliteren (de leraren) dat gedrag zelf zo weinig vertonen?”

Via mijn LinkedIn netwerk werd ik op een lezing (op fietsafstand) van Klaas van Veen geattendeerd met onderstaande omschrijving:
Scholen zijn organisaties waarin leerlingen leren. Een omgeving waarin leerlingen alleen en samen met anderen leren lezen, rekenen, of een diploma behalen of zich voor te bereiden op een beroep.
Maar zijn scholen ook een omgeving waar docenten kunnen leren? Deze vraag is actueler dan ooit, daar van leraren wordt verwacht dat zij aan hun eigen ontwikkeling werken.
Maar hoe kunnen organisaties een omgeving inrichten waarin het leren van docenten net zo normaal is als het leren van leerlingen?
Prof. Dr. K. (Klaas) van Veen, zal in een lezing ingaan op bovenstaande vragen door te kijken wat onderzoek hierover zegt en met name hoe dit leren door leraren effectief kan plaatsvinden en optimaal worden georganiseerd. Zijn algemene stelling is dat scholen slecht zijn ingericht op het leren van docenten en dat ze er daarom maar beter niet aan kunnen beginnen, tenzij…

Mijn belangstelling werd hierdoor gewekt en ik heb zijn lezing vorige week bijgewoond. Het was een interessant verhaal waardoor ik nu veel genuanceerder tegen de door mij geformuleerde paradox aankijk. Ik geef een (zeer) korte samenvatting van de door Klaas genoemde bevindingen.
Leren van leraren blijkt het meest effectief als:

  • de inhoud (‘leerstof’) les gerelateerd en direct toepasbaar is,
  • de leraren zelf actief en onderzoekend kunnen leren,
  • de leraren gezamenlijk kunnen leren,
  • er voldoende tijd en ruimte voor beschikbaar is,
  • er sprake is van samenhang met het beleid,
  • het tevens gericht is op het leren van de leerlingen.

Nu heb ik dit schooljaar een aantal verschillende trainingen gevolgd, waarvan het leerrendement voor mij nihil was. Als ik daarop terugkijk, kost het mij moeite twee (laat staan meer) matches te vinden met bovenstaande criteria. Klaas heeft veel onderzoek gedaan naar onder andere de professionele ontwikkeling van leraren, waarvan ik inmiddels deze publicatie uit 2010 heb gelezen. Misschien moet ik mijn paradox als volgt herformuleren: “hoe is het mogelijk dat, nu de randvoorwaarden voor professionele ontwikkeling van leraren bekend zijn, deze nauwelijks worden ingevuld door het management?”

Deze blog draag ik op aan mijn vader, onderwijsman in hart en nieren. Hij zou vandaag 90 geworden zijn.

Klooien

In de taal van mijn wortels, het Achterhoeks, zeggen ze het als volgt: “wi-j knooit moar vedan”. In het Fries: “it bliuwt pielen”.
Martijn Aslander benadrukt het belang van prutsen of klooien. Het is een belangrijke voorwaarde voor leren en ontwikkeling.

Deze week wees een leerlinge (dank je Amber) tijdens een les over ‘Big Data’ mij op Tumblr. Had ik nog nooit van gehoord. Nu was ik in Magister aan het prutsen met een studiewijzer om mogelijke onderwerpen voor een profielwerkstuk (PWS) voor mijn vak informatica op een rij te zetten. Dat resulteerde in een verzameling tekst met hyperlinks. Niet echt uitnodigend voor leerlingen om zich te oriënteren op een mogelijk onderwerp.

Na wat grasduinen in Tumblr (bekijk vooral ‘wat is Tumblr?’) dacht ik: “als ik dat nu eens gebruik voor het PWS verhaal”. Een avondje experimenteren (mijn vrouw vindt klooien negatief en plat klinken, dus gebruik ik dit nu maar als synoniem) leverde het volgende resultaat op:
https://vwo5-informatica-pws.tumblr.com/
Grootste voordeel vind ik dat dit visueel veel aantrekkelijker is dan de studiewijzer. Verder is het open, waardoor ook leerlingen van andere scholen hier inspiratie op kunnen doen.