Zwemmers lichaam illusie

zwemmerIn mijn kerstvakantie heb ik ‘de kunst van het heldere denken‘ van Rolf Dobelli gelezen. Zeer de moeite waard. Hij behandelt 52 denkfouten (voor elke week één?). De meesten zijn heel herkenbaar en je zult er versteld van staan hoe vaak je er – ook na het lezen van dit boekje – nog instinkt. Ik pak er één uit: de illusie van een zwemmers lichaam.

Gisteren werd er op het journaal aandacht besteed aan het 15 jarig bestaan van de weekendschool. Een mooi initiatief, waar ik nog nooit van gehoord had. Er kwamen diverse mensen aan het woord. Eén daarvan gaf aan dat de kinderen die de weekendschool hadden gevolgd veel gemotiveerder in het leven stonden. Typisch geval van de illusie van het zwemmers lichaam!

Bij de zwemmers lichaam illusie worden resultaat en oorzaak omgewisseld. In het zwembad zie je mensen met soepele, gespierde lichamen door het water klieven. Je neemt je voor regelmatig te gaan zwemmen in de hoop dat je ook zo’n gespierd lichaam krijgt. Dit is een illusie. De mensen met een dergelijk lichaam kiezen voor de zwemsport, omdat ze dan optimaal gebruik maken van de eigenschappen van hun lichaam.

In de reclame zie je dit ook veel: de modellen voor cosmetica producten zijn niet mooi als gevolg van de aangeprezen cosmetica, maar maken reclame voor cosmetica omdat ze mooi zijn.

Terug naar de weekendschool: ik hoop dat de aandacht voor dit fenomeen niet tot gevolg heeft dat er kinderen naar de weekendschool worden ‘gestuurd’. Ik hoop wel dat er meer mogelijkheden komen voor gemotiveerde kinderen om in hun directe omgeving extra onderwijs te volgen.

Economie van goed en kwaad 1

Voor de vakantie heb ik een Sony e-reader gekocht. Omdat wij – ook dit jaar weer – op fietsvakantie gaan en alles op de fiets meenemen, leek mij dat handiger dan het meenemen van dikke en zware boeken. Naast wat (gratis te downloaden) romans en verhalen heb ik ‘Economie van goed en kwaad’ van Tomáš Sedláček erop gezet. Ik was daartoe – net als Ben Tetteroo – geïnspireerd door een essay in Trouw van 28 juli jl.

Het lezen op de e-reader is mij uitstekend bevallen. Prima te lezen in de volle zon op het strand (we hebben een aantal dagen op Texel doorgebracht en zijn daarna via de LF1 afgezakt naar Brugge). Economie van goed en kwaad heb ik met grote belangstelling gelezen. Het is onmogelijk om in een paar woorden aan te geven waar het over gaat. Uiteraard over economie, maar ook de geschiedenis ervan en het heeft een hoog gehalte aan filosofie. Citaat uit het boek zelf:
“Dit boek is een poging om een tegenwicht te bieden aan de reductionistische, analytische en op wiskundige modellen gestoelde benadering van de economie. Ook wordt er een bescheiden poging in ondernomen om een dieper verband, en meer raakvlakken met andere terreinen te laten zien – filosofie, theologie, antropologie, geschiedenis, cultuur, psychologie, sociologie en andere.”

In Economie van goed en kwaad komen veel zaken aan de orde waarover ik mij (ook) vragen stel, onder andere: de zin van het bestaan, geluk, consumptie, genot, wetenschap en matigheid. Anders dan menig econoom (en politicus) pleit Sedláček voor matiging. Eén van zijn opvallende uitspraken is dat we (in de westerse economie) vooral gebrek aan gebrek hebben. We zijn oververzadigd. Gebrek moeten we tegenwoordig (vaak kunstmatig) creëren. Er is sprake van een inflatie van behoeften.

Sedláček vergelijkt de verleiding door rijkdom met de verleiding die Icarus voelde om dicht bij de zon te vliegen. We moeten niet verbaasd zijn als de was van onze vleugels smelt en we (diep) vallen.