Disrupting class: 7

Improving Educational Research. In dit hoofdstuk gaat Clayton nader in op onderwijskundig onderzoek. Doel van dit hoofdstuk is het proces te beschrijven waardoor onderwijskundig onderzoek is staat zal zijn te voorspellen welke initiatieven het onderwijs al dat niet verbeteren en waarom. Hij gaat daarom nader in op het doen van onderzoek en beschrijft twee soorten: descriptive (beschrijvend) en prescriptive (voorschrijvend) onderzoek.

Beschrijvend onderzoek houdt zich bezig met observeren, beschrijven en meten van gebeurtenissen; het classificeren daarvan en vervolgens het vaststellen van verbanden (correlaties).
Clayton beweert dat deze vorm van onderzoek half werk is. De resultaten zijn correlaties, geen causale verbanden. Deze vorm levert meer twistpunten dan consensus op.

Voorschrijvend onderzoek gaat verder waar beschrijvend onderzoek stopt. De omstandigheden waarbij bepaald gedrag optreedt, worden vastgelegd, beschreven en meegenomen. Als voorbeeld van het verschil tussen beide onderzoeksmethoden stelt hij dat de beschrijvende methode stelt dat: “gemiddeld levert leesonderwijs gebruikmakende van methode X tot betere resultaten’. De voorschrijvende methode zou zoiets opleveren als “bij een leerling met een overwegend logisch-wiskundige intelligentie geeft methode X betere resultaten; een leerling met een overwegend linguïstische intelligentie heeft meer baat bij methode Y”.

De hamvraag voor onderwijskundig onderzoek is dus niet “wat is haalbaar en wat werkt?”, maar “wat is haalbaar en wat werkt voor wie, waar, wanneer en waarom?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s