Disrupting class: 5

Hoofdstuk 5 heeft als titel ‘the system for student-centric learning’. Ik vertaal dit vrij als: leerling gericht onderwijs.

Clayton bespreekt eerst hoe disruptive innovation in het algemeen verloopt: in twee stappen. De eerste stap is vaak duur, omdat elk onderdeel afzonderlijk moet worden ontworpen (‘you have to design everything to design anything’). In de tweede stap worden de producten eenvoudiger en goedkoper, omdat gebruik kan worden gemaakt van modulair ontwerp.
Behalve het product zal ook het commerciële / logistieke systeem moeten veranderen. Een disruptive innovation kan volgens hem niet worden ingepast in het oude commerciële systeem. Als voorbeeld geeft hij de ontwikkeling van de transistorradio. Voor de introductie daarvan waren elektronenbuizen de belangrijkste componenten van een radio of televisie. De distributie verliep via speciaalzaken die hun geld vooral – naast de verkoop – verdienden aan reparaties, lees vervanging van doorgebrande buizen.
De disruptive innovation van de transistor maakte het mogelijk dat draagbare radio’s beschikbaar kwamen voor een nieuwe markt: jongeren. De kwaliteit was in de beginperiode niet vergelijkbaar met een buizenradio, maar het was beter dan niets. Prijsvechters en warenhuizen die niet in staat waren reparaties van buizen radio’s en -televisies uit te voeren, verzorgden nu de verkoop. Het oude commerciële systeem werd compleet vervangen door een nieuw commercieel systeem.

Clayton typeert het commerciële systeem van het huidige onderwijs als waardeketen: (een keten van activiteiten. Producten passeren de achtereenvolgende activiteiten van de keten en verwerven hierbij bij iedere activiteit enige waarde):

Het begint met het maken van boeken en andere materialen door experts, die vaststellen wat er onderwezen wordt en hoe. Deze experts zijn materiedeskundigen. Het is logisch dat hun eigen leerstijl wordt ‘gecodeerd’ in een doceerstijl. De kosten voor het schrijven, redigeren en drukken van een leerboek zijn hoog. Daarom zullen uitgevers trachten een zo groot mogelijke markt te bedienen. Leerboeken zijn per definitie statisch en het toevoegen van materiaal maakt het dikker, zwaarder, duurder en complexer.

Het marketing- en distributiekanaal zal de leermiddelen aan de man (in tegenstelling tot het Amerikaanse systeem heeft de vaksectie hierbij meestal de rol van beslisser) brengen die het beste passen bij het meest dominante onderwijsconcept. Men streeft naar een ‘one-size-fits-as-many-as-possible’ oplossing.

In het huidige monolitische onderwijssysteem zal de leraar de leerstof aanbieden en toetsen, waarbij (grote) groepen leerlingen op dezelfde manier worden behandeld. Ook de lerarenopleidingen zullen leraren opleiden die passen binnen dit systeem. Alles in dit systeem is erop gericht alle leerlingen op dezelfde manier te behandelen.

Het goede nieuws is dat software – in tegenstelling tot leerboeken – gemakkelijker kan worden ingericht naar verschillende leerstijlen. De software wordt hierdoor wel complexer, maar dat is transparant voor de leerling.
Het slechte nieuws is dat deze software duur is. De software maakt het mogelijk om op verschillende momenten toetsen af te nemen, maar dat past niet in het in het huidige systeem. Er zal dus worden gestreefd naar inpassing in het huidige onderwijsconcept (cramming zie hoofdstuk 3). Clayton geeft aan dat de mogelijkheden tot innovatie beperkt.

De nieuwe technologie kan pas succesvol worden ingezet als ook een ander commercieel systeem wordt gekozen voor de distributie. Volgens Clayton zal dit gebeuren via ‘user networks’. In plaats van aanbod gericht leermateriaal zal het materiaal vraaggestuurd worden gekozen – en ontwikkeld – door leerlingen, ouders, leraren en experts. Dit materiaal zal modulair zijn en aanpassing ervan zal eenvoudig zijn.
Uiteindelijk zal het mogelijk worden hieruit complete opleidingen samen te stellen die volledig leerling gericht zijn, afgestemd op verschillende typen lerenden.

Het succes komt niet van een ‘aanval’ op het reguliere systeem. Dit is vooral gericht op handhaving van de status quo. Het succes komt uit de niche van nonconsumers. Het samenstellen van digitaal leermateriaal wordt steeds eenvoudiger en goedkoper evenals verspreiding via een gebruikersplatform. Ondersteuning en promotie hiervan zal uiteindelijk leiden tot een disruptive innovation: de lerende staat hierin centraal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s