Burkina Faso dag 9

Vandaag bekijken we Bobo. De missie ligt niet zo ver van het centrum, dus we gaan lopen. Dat is niet gebruikelijk voor blanken. Om de haverklap wordt ons  een taxi aangeboden. We komen het eerst bij de grote markt. Druk en chaotisch (in onze ogen). Naast de verkoop van levensmiddelen zijn er bijvoorbeeld ook kleermakers aan het werk. Singer is het meest vertegenwoordigde merk (trap)naaimachine. De reserveonderdelen hiervan zijn ruim beschikbaar. Eigenlijk kan je niet vrijuit over de markt lopen. Iedereen wil je naar zijn kraampje leiden. We worden constant achtervolgd door 2 kerels die zich opdringerig gedragen. Buitengewoon vervelend, dus we besluiten de markt te verlaten en naar de oudste moskee van Bobo te gaan.
Deze ligt in het oudste deel van Bobo. Het is er heerlijk rustig. We worden – tegen betaling – rondgeleid door de zoon van de iman. Het gebouw is volledig opgestoken uit aardewerk en teak. De minaretten hebben een kegelvorm, waar de houten palen uitsteken. Behalve voor de constructie dient dat ook voor onderhoud. Binnen is het donker en koel. Het enige licht komt door gaten in het plafond. Deze kunnen worden afgedekt door een soort aardewerken ‘hoed’. Uiteraard zijn de ruimten voor mannen en vrouwen strikt gescheiden. Het enige ‘meubilair’ is rieten matten.
Na de moskee worden we door een gids rondgeleid in de oudste wijk van Bobo. Huisjes van klei met een open riool, verschillende offerplaatsen van kippen, kindertjes in vodden. De mensen brouwen hun eigen bier en de mannen drinken dit ’s morgens al uit halve kalebassen. Grote armoede  en troosteloosheid. Toch – of mischien daarom (ik zie een associatie met de blues) – komen uit deze wijk bekende muzikanten. De gids vertelde ons dat zijn broer in Zwolle speelt. Hoe klein is de wereld?
De hutjes hebben alleen een raam (gat in de muur) en een deur (die meestal van metaal is). De bodem is van aarde. Ze slapen op rieten matjes. Men probeert een aantal oude ambachten te behouden. We bezoeken een smid en bronsgieterij. Ook wordt er kleding geweven en worden er muziekinstrumenten gemaakt en bespeeld.
Overal lopen kippen en kuikens los rond. We bekijken ook de heilige vissen. Dat blijken meervallen te zijn. Ze zijn heilig omdat ze, volgens de overlevering, eerder in Bobo waren dan de mensen. Ze leven in een riviertje dat als vuilnisbelt wordt gebruikt. Hoewel het een waardevolle aanvulling op het menu zou zijn, mogen ze niet worden gedood.
Na de ‘middagpauze’ bezoeken we het spoorwegstation. Volgens ons boekje een neo Moorse bezienswaardigheid gebouwd rond 1930. Er loopt één spoor van Abidjan (Ivoorkust) naar Ouaga. Het station is van binnen haveloos. De prijzen zijn met de hand vermeld op een A3-tje bij het loket. Aankomst- en vertrektijden zijn aangegeven op een krijtbord. Ineke wil dit filmen, maar dat wordt verboden.
Terug op de missie blijken we te laat terug te zijn om nog gebruik te kunnen maken van de keuken van de missie. We gaan dus in de stad eten. Niet dat we veel trek hebben (onze darmen zijn nog steeds van slag). Een (eenvoudige) maaltijd voor 4 personen met drinken erbij kost 12 euro totaal. Voor ons weinig, maar voor iemand als Dieudonné (te) veel. Een warme hap op de universiteit kost hem 500 CFA = 0,75 euro.
De eerste indruk dat Bobo koeler, schoner en rustiger is dan Ouaga, is bevestigd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s