Burkina Faso dag 10

Vanmorgen om 06:30 op, om 07:00 ontbijt en daarna onze spullen pakken. Om 09:00 moeten we weer in de bus naar Ouaga zitten. De taxichaufeur die ons naar de missie gebracht heeft, had beloofd om 08:00 aanwezig te zijn. Volgens mij kan je beter geen afspraken op langere termijn maken in Afrika, want hij was in geen velden of wegen te bekennen. Het is heerlijk koel, we hebben de tijd , dus we besluiten te lopen.
De terugreis verloopt net als de heenreis redelijk confortabel. Heerlijk om weer terug te zijn in onze kamer met airco. De dames gaan nog even naar de kleermaker die voor Ineke een jasje zou maken. Omdat het een spoedopdracht betreft, kost dit 12 euro inclusief de stof. Veel mensen laten hun kleding maken. Dit verklaart waarom de vrouwen kleding dragen die precies aansluit bij hun vormen.
Ze blijven langer weg dan ik zou verwachten voor het ophalen van een jasje. Ze blijken daarna nog op souvenier-jacht te zijn geweest.
’s Avonds maken we nog kennis met ‘Droppie’, nog een jongeman uit het netwerk van Jojanneke. Zijn bijnaam verraadt al dat hij eerder contacten met Nederlanders heeft gehad. Hij is één van de weinige Burkinabé die wel dropjes lust.

Burkina Faso dag 9

Vandaag bekijken we Bobo. De missie ligt niet zo ver van het centrum, dus we gaan lopen. Dat is niet gebruikelijk voor blanken. Om de haverklap wordt ons  een taxi aangeboden. We komen het eerst bij de grote markt. Druk en chaotisch (in onze ogen). Naast de verkoop van levensmiddelen zijn er bijvoorbeeld ook kleermakers aan het werk. Singer is het meest vertegenwoordigde merk (trap)naaimachine. De reserveonderdelen hiervan zijn ruim beschikbaar. Eigenlijk kan je niet vrijuit over de markt lopen. Iedereen wil je naar zijn kraampje leiden. We worden constant achtervolgd door 2 kerels die zich opdringerig gedragen. Buitengewoon vervelend, dus we besluiten de markt te verlaten en naar de oudste moskee van Bobo te gaan.
Deze ligt in het oudste deel van Bobo. Het is er heerlijk rustig. We worden – tegen betaling – rondgeleid door de zoon van de iman. Het gebouw is volledig opgestoken uit aardewerk en teak. De minaretten hebben een kegelvorm, waar de houten palen uitsteken. Behalve voor de constructie dient dat ook voor onderhoud. Binnen is het donker en koel. Het enige licht komt door gaten in het plafond. Deze kunnen worden afgedekt door een soort aardewerken ‘hoed’. Uiteraard zijn de ruimten voor mannen en vrouwen strikt gescheiden. Het enige ‘meubilair’ is rieten matten.
Na de moskee worden we door een gids rondgeleid in de oudste wijk van Bobo. Huisjes van klei met een open riool, verschillende offerplaatsen van kippen, kindertjes in vodden. De mensen brouwen hun eigen bier en de mannen drinken dit ’s morgens al uit halve kalebassen. Grote armoede  en troosteloosheid. Toch – of mischien daarom (ik zie een associatie met de blues) – komen uit deze wijk bekende muzikanten. De gids vertelde ons dat zijn broer in Zwolle speelt. Hoe klein is de wereld?
De hutjes hebben alleen een raam (gat in de muur) en een deur (die meestal van metaal is). De bodem is van aarde. Ze slapen op rieten matjes. Men probeert een aantal oude ambachten te behouden. We bezoeken een smid en bronsgieterij. Ook wordt er kleding geweven en worden er muziekinstrumenten gemaakt en bespeeld.
Overal lopen kippen en kuikens los rond. We bekijken ook de heilige vissen. Dat blijken meervallen te zijn. Ze zijn heilig omdat ze, volgens de overlevering, eerder in Bobo waren dan de mensen. Ze leven in een riviertje dat als vuilnisbelt wordt gebruikt. Hoewel het een waardevolle aanvulling op het menu zou zijn, mogen ze niet worden gedood.
Na de ‘middagpauze’ bezoeken we het spoorwegstation. Volgens ons boekje een neo Moorse bezienswaardigheid gebouwd rond 1930. Er loopt één spoor van Abidjan (Ivoorkust) naar Ouaga. Het station is van binnen haveloos. De prijzen zijn met de hand vermeld op een A3-tje bij het loket. Aankomst- en vertrektijden zijn aangegeven op een krijtbord. Ineke wil dit filmen, maar dat wordt verboden.
Terug op de missie blijken we te laat terug te zijn om nog gebruik te kunnen maken van de keuken van de missie. We gaan dus in de stad eten. Niet dat we veel trek hebben (onze darmen zijn nog steeds van slag). Een (eenvoudige) maaltijd voor 4 personen met drinken erbij kost 12 euro totaal. Voor ons weinig, maar voor iemand als Dieudonné (te) veel. Een warme hap op de universiteit kost hem 500 CFA = 0,75 euro.
De eerste indruk dat Bobo koeler, schoner en rustiger is dan Ouaga, is bevestigd.

Burkina Faso dag 8

Vanmorgen voor het eerst in BF kunnen kiezen welke kleren ik aan zou trekken. Dat voelt als luxe. We pakken de spullen die we niet meenemen naar Bobo. Deze bagage kunnen we op de missie achterlaten. Met de taxi naar het busstation. We hebben een bus met airco gereserveerd.
De busreis op zich is al een belevenis. Het gaat allemaal traaaaaag. Een constant getoeter om de voetgangers, fietsers en andere weggebruikers erop te attenderen dat we eraan komen.
Bij een soort douane stappen verschillende mensen uit de bus. De vrouwen hurken in het zicht van ons en doen hun behoefte.
Onderweg zien we een tamelijk eenzijdig landschap: droog ‘gras’ of kale vlakte (vaak platgebrand) met een enkele boom. In de buurt van water zijn dorpjes met groentetuinen (ik zie vooral kool en uien), vee (ezels, koeien, geiten en varkens), een kerkje en/of moskee. Aan de oevers worden ‘stenen’ gevormd van klei door jongens, die drogen in de zon. Her en der in het landschap staat een zendmast voor de mobiele telefonie.
Bij de plasstop in Boromo worden we belaagd door verkopers van brood, sesamkoekjes, tomaten en papieren zakdoekjes. Je kan er eigenlijk niet vrijuit lopen.
Richting Bobo wordt het landschap wat heuvelachtiger en een klein beetje groener. Bij de huisjes staan opslagsilo’s van gevlochten gras met een puntdakje. Hier zien we ook katoen op het veld en opgetast op bulten.
Op de missie aangekomen blijkt er een misverstand met de resersering van de kamers. De tweepersoonskamers zijn slechts één nacht beschikbaar. Gelukkig is er een alternatief in de vorm van een kamer zonder eigen toilet. We zijn kamperen gewend en dit vormt dan ook geen probleem. Er staat spaghetti op het menu met gehakt, maar voor ons speciaal een hartige groentetaart gemaakt. Wederom een bevestiging dat de mensen in BF erg vriendelijk en behulpzaam zijn.
’s Avonds maken Jojanneke, Dieudonné en ik nog een korte wandeling. Overal om ons heen vreemde geluiden. Dit blijken vleermuizen te zijn. Op het eerste gezicht lijkt Bobo iets koeler, groener, schoner en rustiger dan Ouaga.

Burkina Faso dag 7

Vanmorgen rustig aan gedaan. We kregen een telefoontje van Renske en Job dat de status van onze bagage ‘delivered’ is. Dat is goed nieuws! Het is natuurlijk nog afwachten of de bagage er vanavond ook werkelijk is.
We hebben afgesproken met Dieudonné, een student psychologie uit het netwerk van Jojanneke. We gaan naar ‘le village d’artisanat’, een soort kunstenaarsdorp in Ouaga. Dit is op loopafstand van de missie. Op zondag is het een stuk rustiger op straat. Veel winkeltjes zijn gesloten. De zondag wordt gebruikt om naar de kerk te gaan, familie te bezoeken of lekker onder een boom te liggen (se reposer).
In le village d’artinanat is het ook rustig. Ook hier zijn veel werkplaatsen helaas gesloten. Er zijn allerlei ambachten als leer bewerken, houtsnijwerk, meubelmakerij, batikken, muziekinstrumenten en dingen van kalebassen maken. Bij de kleermakers zie je naaimachines die ik mij herinner uit mijn jeugd, maar ook nog trapnaaimachines. Bij deze ambachten speelt tijd geen rol. Wij kopen een aantal zaken. Afdingen is daarbij een must. Dat gaat ons steeds gemakkelijker af, maar het is ook goed dat we Dieudonné bij ons hebben. Hij spreekt hun taal en kan aangeven of er een te hoge prijs gevraagd wordt. Voor onze begrippen zijn de prijzen laag, maar voor een Burkinabé is (omgerekend) 50 eurocent verschil al heel wat.
Onze spijsvertering is nog steeds van slag, Ineke en ik hebben vandaag nog niets gegeten. De cola – die ik anders nooit drink – in het plaatselijke cafeetje laten we ons goed smaken. Het is er koel en er groeit zowaar gras rondom.
Waar je ook kijkt zie je jongens met een stok in de hand waarop verschillende kaarten gestoken zijn. Dit zijn kaarten voor beltegoed. Overal klampen ze je aan en bieden hun koopwaar aan. Ze verdienen 10% van het beltegoed. Er lopen zoveel van deze verkopers rond, dat een gemiddeld inkomen volgens mij niet meer dan 1-2 euro per dag kan zijn.
’s Middags worden we om 17:30 weer opgehaald door de chauffeur om naar het vliegveld te gaan. Jojanneke en Dieudonné regelen intussen de reservering voor de bus naar Bobo Dioulasso morgen en ons verblijf. Bobo is de tweede plaats in BF en daar zou meer van de oorspronkelijke cultuur bewaard zijn dan in Ouaga.
Op het vliegveld bij het bagagedepot is het eerste dat ik zie mijn plunjebaal (nog van mijn PSU). Wat een opluchting. Als deze er is, zal de rest er ook wel bijzitten. We moeten eerst wachten tot alle ‘normale’ bagage is afgehaald en daarna zijn wij aan de beurt. Alle 4 de bagagestukken zijn er. De opluchting is compleet. Vanaf nu hoeven we niet meer elke dag naar het vliegveld.
Op de missie sorteren we de dingen uit voor school, Jojanneke en onszelf. Jojanneke stort zich meteen op de dropjes, die ze echt gemist heeft.
’s Avonds brengen we de spullen voor school en Jojanneke naar de Balima’s. Daar worden we uiteraard weer uitgenodigd mee te eten. We proberen een stukje cake en zelfgemaakte yoghurt met couscous. Dat lijkt een vreemde combinatie, maar het smaakt goed.

Burkina Faso dag 6

Wij zijn door de heer Balima uitgenodigd zijn tuin en boerderij te bekijken. Deze liggen een kleine 40 km buiten Ouaga. Dit geeft ons de mogelijkheid het platteland te bekijken.
Hij heeft een vriend bij zich die leraar Engels is en ook dominee. Dat maakt een gesprek in elk geval een stuk gemakkelijker. Niet dat er veel gesproken wordt tijdens de rit, want je bent vooral bezig met het verwerken van alle prikkels die binnenkomen.
Het is droog, stoffig. Er rijden 9 personenbusjes met het dubbele aantal mensen erin en er bovenop tussen de fietsen en andere bagage. Onvoorstelbaar. Het verkeer is enorm chaotisch. Arie vertelde mij gisteren dat in Ouaga 2 personen per dag omkomen in het verkeer en er 10 (zwaar) gewonden vallen. Er zijn geen ambulances. Bij een ernstig ongeluk wordt de brandweer gebeld. Als je geluk hebt, komt deze. De mensen die minder geluk hebben, worden binnen 2-3 uur begraven.
We komen langs één van de overstromingsgebieden. Daar staat hier en daar nog een muurtje. Overal zie je dat er van de resten nieuwe stenen worden gevormd. Deze liggen te drogen in de zon. Officieel mag er van de regering in dit gebied niet meer gebouwd worden, maar je ziet toch weer nieuwe hutjes verschijnen.
Het landschap is een savannelandschap. Veel droog ‘gras’ met hier en daar een boom. Alleen in het regenseizoen is het groen. Ik vind het wat naargeestig. Een groot deel van de route gaat over asfalt, maar het laatste stuk over zandweg. De tuin van dhr. Balima ligt dicht bij een meer. Stel je daar niet teveel van voor. Het is ondiep en het water is melkachtig. Het water wordt gebruikt voor de watervoorziening voor de tuin. Er staan papaja-, mandarijnen-, grapefruit- en bananenbomen. Helaas nog geen rijpe vruchten, dus we konden niet van de bomen plukken. Over een maand of 2 zijn ze rijp en worden verhandeld.
Het is bloedheet vandaag en ik word een beetje door de warmte bevangen: last van duizeligheid. Gelukkig heeft de auto van dhr. Balima airco, waardoor ik weer wat afkoel. Het is zo bizar dat wij ons ’s morgens in moeten smeren met zonnebrandcrème, terwijl jullie waarschijnlijk sjaal en handschoenen moeten aandoen.
Na de tuin rijden we naar de boerderij. Hier worden kippen (voor de eieren), parelhoenders, een paar kalkoenen, varkens en koeien gehouden. Zowel hier als op de tuin is een jongen uit het naburige dorp verantwoordelijk voor het beheer. Ik begrijp niet hoe deze mensen onder deze weersomstandigheden kunnen werken: ook hier haak ik tussentijds af omdat ik word bevangen door de warmte en zoek de auto weer op.
Begin van de middag zijn we weer terug in Ouaga. Ik zoek het bed op. Nu begrijp ik waarom veel mensen tussen 12:00 en 15:00 rusten. Ik slaap diep. We hebben met de secretaresse afgesproken om ’s middags de stad in te gaan. Ik voel mij nog steeds niet lekker en laat het uitstapje over aan de dames. Het is de bedoeling dat ze naar kleren kijken en zo mogelijk iets laten maken. Ook nu slaap ik weer diep. Ik merk dat ik koorts heb, dus doe heel rustig aan. Dit biedt de mogelijkheid aan de dagverslagen te werken.
Vanavond komt de chauffeur van dhr. Balima langs om malariapillen te halen (Arie Kroon is ziekenverzorger en heeft ons een recept gegeven) en opnieuw naar het vliegveld te gaan om te kijken of de bagage er is. Renske en Job hebben via internet kunnen traceren dat de bagage in Marseille staat. Vreemd dat zij ons wel informatie kunnen geven en Air France niet. De kans dat de bagage vanavond in Ouga is, is nihil.

Burkina Faso dag 5

Vandaag zijn we uitgenodigd bij Arie Kroon. Een Nederlander die samen met Asseta Congo, een moeder van vier kinderen die door haar man in de steek is gelaten, runt hij ‘Intervention Sahel’. Dit is een privé initiatief dat wezen, straatkinderen, weduwen, bejaarden en families in moeilijke omstandigheden helpt hun schoolgeld, medische verzorging, eten, kleding, schoenen en/of een fiets te betalen. De meeste activiteiten vinden plaats in Mali en BF.
Voor 60 euro per jaar kunnen ze een kind naar school laten gaan. Ze werken uitsluitend met vrijwilligers. Als je nog wat over hebt van je eindejaarsuitkering: 58.09.25.250 (ABN-AMRO) onder vermelding van Intervention Sahel. We hebben met eigen ogen gezien hoe belangrijk dit werk voor met name de kinderen is. We zijn er vast van overtuigd dat het goed terecht komt.
Achter hun huis in Ouaga is één van de vluchtlingenkampen waarin nog veel mensen verblijven na de overstroming van september. Asseta en Arie hebben de kinderen in de wijk en het vluchtelingenkamp uitgenodigd iets te komen eten, drinken en een klein cadeautje op te halen. Het is gebruikelijk in BF dat je elkaar een goed kerstfeest wenst en daarbij ook iets geeft. Het doet mij denken aan Sint Maarten of nieuwjaar winnen (in de Achterhoek). Aan het eind van de middag zijn er ruim 100 kinderen langs geweest. Vooral de kinderen uit het vluchtelingenkamp gedroegen zich uiterst gedisciplineerd en waren zeer dankbaar. Ze konden kiezen uit een banaan, een knuffeltje of een pakje biscuit. Tot mijn verbazing kozen de meeste kinderen voor de biscuit. Volgens Arie komt dat doordat ze honger hebben. Zodra ik beschik over een snellere internetverbinding tracht ik enkele foto’s te plaatsen. Bij de missie is het internet zo traag dat het plaatsen van een stukje kale tekst als dit verschillende minuten duurt.
Hierna hebben we bij hen gegeten. Dat is echt een zoete inval. Familieleden en kennissen lopen in en uit en eten mee. Dat is één van de kenmerken van de gastvrijheid in BF.
’s Avonds kreeg ik wat last van maagkrampen en diarree. Ik had mij erop voorbereid dat dit zou gebeuren, maar het is wel hinderlijk.

Burkina Faso dag 4

Vanmorgen werden we gebeld door de heer Balima dat hij een chauffeur zou sturen om ons te helpen achter onze bagage aan te jagen. We hebben uitgeslapen tot half negen. Voor Burkinabé is dat laat. Het leven begint hier rond 06:00. De school begint bijvoorbeeld om 07:00. Ontbijten op de missie was dus niet meer mogelijk. Gelukkig kan je overal eten kopen.
Tijdens het wachten hebben we heerlijke melkbroodjes gegeten. Tegenover de missie staan een aantal huisjes. Een jongen van een jaar of 10 was bezig met het schilderen van een soort miniatuur hut. Zijn broer legde mij uit dat dit een ‘creche’ is, ofwel een (kerst)stal. Kerst is in BF zeer belangrijk. Anders dan in Nederland beginnen de voorbereidingen op de dag voor kerst.
We zijn naar het vliegveld gereden. Geen bagage en geen trace. De beheerder gaf aan dat we ’s middags maar weer terug moesten komen.
Vervolgens zijn we naar de familie Balima gereden. Daar moesten we meteen weer aan tafel. De heer Balima was niet fit – waarschijnlijk malaria – maar heeft diverse telefoontjes gepleegd om te onderzoeken wie ons kon helpen met de bagage. De chauffeur kreeg opdracht ons te vergezellen naar de kantoren van Air Burkina en Air France. Daar de inmiddels bekende gezichtsuitdrukkingen: ‘dit is niet mijn schuld, ik kan er niets aan doen’. Air Burkina gaf aan dat we bij Air France moesten zijn en Air France gaf aan dat we bij het kantoor van de bagage afhandeling moesten zijn (waar we een paar uur daarvoor waren geweest). Kortom: geen enkele medewerking of informatie van Air France.
Daarna hebben we wat kleren gekocht, zijn we naar de apotheek geweest omdat we voor nog maar één dag malariatabletten hadden (de rest zit in onze bagage): zonder resultaat, hebben we water gekocht en zijn weer naar het vliegveld gereden, omdat er ’s middags een vlucht van Air Burkina binnenkwam. Je kon tenslotte nooit weten …. Helaas. De chef van de bagage afhandeling kent ons inmiddels en gaf het advies een kleine twee uur te wachten op de vlucht van Air France. We hebben wat gedronken en met de chauffeur rondgewandeld in Ouga. Overal klampen mensen je aan om je iets te verkopen. De kleine kinderen geven je een hand. Weer bij het vliegveld hetzelfde tafereel: kijken of de bagage erbij zit en daarna weer aansluiten in de rij van mensen waarvan de bagage niet is meegekomen. De boodschap is nu: er zijn zo’n 50 mensen die hun bagage kwijt zijn, ik kan je niet verder helpen, kom zondag maar weer eens terug. Uit wat wij om ons heen zien en horen blijkt wel dat wij absoluut niet de enigen zijn met problemen. Wij zijn het gezeur en geleur om de bagage spuugzat en zijn blij dat er op eerste kerstdag geen vluchten zijn. Dat geeft ons een adempauze en de mogelijkheid met andere dingen bezig te zijn.
We werden door de chauffeur weer keurig afgezet bij de missie. De hulpvaardigheid van de Burkinabé is groots. Na een snelle hap (brood) gedouched en onze ‘netste’ kleren aangetrokken. We  zijn door de familie Balima uitgenodigd om de kerstnachtdienst van de protestante kerk bij te wonen. Deze duurt van 20:00 van 01:00. We hebben een taxi genomen. Dit zijn auto’s die gered zijn van de schroothoop en groen gespoten zijn. Een rit van een kwartiertje kostte ons iets meer dan 2 euro. We waren (veel) te laat, maar dat is geen probleem: er lopen meer mensen in en uit.
De dienst kan je op geen enkele manier vergelijken met die in Nederland. Er wordt veel gezongen, gedanst, mensen zijn enthousiast, gaan staan en klappen mee. Dit gecombineerd met vooral de vrouwen die er op hun kerstbest uitzien geeft zo’n boeiend schouwspel dat je ogen tekort komt. Volgens mij geloven de Burkinabé vooral met hun hart en hele lijf. We hebben de dienst niet uitgezeten. In de eerste plaats omdat we moe waren en de tweede plaats omdat de poort van de missie om 24:00 dichtgaat. Opnieuw een taxi genomen. Deze was 500 CFA (€0,75) duurder, omdat het ‘laat was’. Dat geeft je het gevoel dat je als ‘witneus’ wordt bedonderd, maar ga je voor zo’n bedrag stampij maken? Niet op kerstavond 😉