Disrupting Class: 1

De titel van hoofdstuk 1 is “Why schools struggle to teach differently when each student learns differently”.
Intuïtief en uit eigen ervaring weten we dat we op verschillende wijze leren. Er zijn verschillen in leerstijl, aanpak en tempo. De cognitieve psychologie en neurowetenschap bevestigen dat we op verschillende wijze leren, maar het is onduidelijk waardoor die verschillen worden veroorzaakt. Clayton gaat uit van de bewering: mensen leren op verschillende manieren.

De ‘oude’ definitie van intelligentie, uitgedrukt in een cijfer (IQ) is te beperkt. Howard Gardner definieert intelligente als de bekwaamheid problemen op te lossen of iets bestaands aan te passen aan veranderende omstandigheden. Hij onderscheidt acht intelligenties. Voor de opsomming hiervan (en een hele set aan toepassingen) verwijs ik naar webje. Als de vorm van onderwijs aansluit bij je intelligentie, wordt de intrinsieke motivatie bevorderd. De meervoudige intelligenties vormen één dimensie van leren. De verschillende leerstijlen een tweede. Het leertempo vormt de derde dimensie.

Gegeven deze verschillen zou je verwachten dat het onderwijs hierop is ingericht. Clayton stelt de vraag waarom scholen hun manier van onderwijzen en testen hebben gestandaardiseerd. Om deze vraag te beantwoorden maakt hij de vergelijking met productontwikkeling. Er bestaat veel onderlinge afhankelijkheid bij de ontwikkeling van producten. Denk bijvoorbeeld aan de lamp in relatie met de fitting of de componenten van een PC. Dankzij standaardisatie kan een fabrikant zich richten op de verdere ontwikkeling van zijn product.

Clayton trekt dit door naar het onderwijs: instructie en testen zijn gestandaardiseerd. Maatwerk binnen onderling afhankelijke systemen is duur. Daarom delen we leerlingen in in leeftijdsgroepen en niveau en gebruiken we standaard leermateriaal. Dit is geïnspireerd door het efficiënte industriële systeem.
Hij stelt de vraag of het mogelijk is om binnen dit (industriële) geünificeerde model aan te sluiten bij de verschillen tussen leerlingen. Er zijn (in de VS) een aantal exprimenten op kleine schaal. Deze zijn niet zonder problemen.

Als verklaring voor die problemen gebruikt Clayton de metafoor van de omgekeerde magnetische aantrekking: gelijke polen trekken elkaar aan. Bij doelt hierbij op de doceer- en leerstijlen. Het is een vicieuze cirkel. Leerlingen worden het meest aangesproken door de docent en de leerstof die het best bij hun leren past. Deze leerlingen blinken uit en de kans is groot dat zij weer docent worden.
Samengevat: het huidige onderwijssysteem, de manier waarop docenten worden getraind, homogene groepen leerlingen worden gevomd, het curriculum is vormgegeven en de bouw en inrichting van de schoolgebouwen is gebaseerd op standaardisatie.

Clayton stelt dat dit onderwijssysteem aan de ene kant van het spectrum zit. Aan de andere kant zit het volledig leerling-gerichte. Volgens hem kan de inzet van ICT bij leren een verschuiving binnen het spectrum veroorzaken. Over deze verschuiving gaat hoofdstuk 2.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s