Yammer

Op de blog van ZB Digitaal kwam ik een artikel tegen over Yammer. Ik heb de gebruikerservaringen van Frank Meeuwsen gelezen. Yammer is een soort Twitter binnen je bedrijf/organisatie. Sneller en minder complex dan een wiki en – ten opzichte van Twitter – meer afgeschermd. Nieuwsgierig als ik ben, heb ik mijzelf aangemeld. Daarvoor moet je (dus) het zakelijke e-mailadres gebruiken. Daarbij kreeg ik de melding dat er al twee collega’s gebruik maken van Yammer. Dat deed mijn wenkbrauwen rijzen tot haargrens niveau.

Het aantal collega’s dat gebruik maakt van web 2.0 toepassingen is op de vingers van twee handen te tellen. Aanmelden voor de wiki voor onze nieuwe schoolgids is voor velen al een stap te ver. Op Twitter heb ik nog geen collega getroffen. Wie experimenteren er dan met Yammer?

Na de afronding van de aanmelding wist ik het: leerlingen. Ook zij hebben een school mailadres. Geweldig. Msn-nen mag niet. Nu Twitter op het journaal is geweest, weten de meesten nu ook wat dat is. Maar welke docent gaat nader op onderzoek waar je mee bezig bent als er met grote letters de naamvandeschool.nl in beeld staat?

Veel activiteit is er nog niet: jammer. Zolang we leerlingen verbieden bepaalde programma’s te gebruiken (zie de wanhoopskreet van Willem), zullen ze altijd weer alternatieven vinden om met elkaar te comminiceren via de PC’s in het schoolnetwerk. “If you can’t beat them, join them”. Laat docenten en leerlingen gezamenlijk experimenteren hoe ze een toepassing als Yammer kunnen inzetten bij het leren.

Houtmakkers

Het is inmiddels een traditie. In deze tijd van het jaar vertrekken we met vier man met oer-Hollandse namen (Jan, Piet, Pieter en Jan Cees) richting Achterhoek.  Daar staat een boshut zonder gas, water en electriciteit. Rondom is een houtsingel, waar we elk jaar onderhoud aan plegen: hakken en zagen.

Dit jaar konden we op vrijdagmiddag al weg, zodat we toen ook al wat konden doen. Alvast wat elzentakken afzagen, een boompje planten en met het invallen van de duisternis ook de nodige boompjes (klaverjas) spelen, uiteraard onder het genot van oer-Hollandse drankjes. De houtkachel wordt daarbij flink gestookt, want hout dat is er zat. De kachel wordt ook gebruikt om water voor koffie en thee te koken en onze maaltijd (ook al oer-Hollands: snert) op te warmen.

Zaterdag nog meer snoeiwerk verricht. Mijn specialiteit is het bedienen van de motorzaag en ook dit jaar is dat weer goed gegaan: al mijn ledematen zitten er nog aan. ’s Middags het meeste hout gekloofd en opgestapeld. Morgen heb ik zeker spierpijn, want dit is toch wel wat anders dan het bedienen van toetsenbord en muis.

Het weer werkte mee, het is goed er even uit te zijn en iets heel anders te doen, het is gezellig, kortom: volgend jaar weer op stap met mijn houtmakkers!

Inbraak

Afgelopen zondag avond kwamen we thuis van familiebezoek en troffen een enorme ravage aan in huis.  Na een paar mislukte pogingen met een koevoet verschillende ramen en deuren te forceren, hebben onverlaten zich toegang tot onze woning verschaft door een baksteen door de schuifpui te gooien. Behalve de puinhoop die dat veroorzaakte, hebben ze ook zo’n beetje alle kastjes en laden overhoop getrokken.

Buit: onze privé en mijn zakelijke laptop, een mobieltje, mp3-speler, digitale videocamera, externe harde schijf, wat geld = allemaal te vervangen. Veel vervelender is dat we een broche (erfstuk) en antiek zakhorloge (cadeau voor ons huwelijk) ook kwijt zijn. Dat is onvervangbaar!

De vakantie hebben we tot nu toe dus grotendeels besteed aan opruimen en afhandelen van allerlei verzekeringskwesties, kortom negatieve energie, terwijl je de vakantie juist nodig hebt om energie op te doen.

Wat je behalve een aantal spullen ook kwijt bent, is je gevoel van vertrouwen en rust. Het roept allemaal vragen op: Hoe wisten ze dat we niet thuis waren, wie doen zo iets, zal het nog een keer gebeuren, moeten we een alarmsysteem installeren, hoe kan het dat niemand iets heeft gehoord of gezien?

Overigens een pluim voor de politie. Ze hebben ons goed begeleid en van de technische recherche hebben we ook nog wat kunnen leren over vingerafdrukken, kwasten en poeders.

De schade door de braak is waarschijnlijk hoger dan de waarde van de gestolen goederen.  Wat dat betreft hadden we de boel beter niet af kunnen sluiten ;-(

ICT-bewustzijn

Bij de open avond van hogeschool Windesheim over de master Learning & Innovation werden de lectoraten aangestipt. Ik heb eens verder gezocht op het lectoraat ICT en kwam terecht bij Peter van ’t Riet (lectoraat ICT en Onderwijsinnovatie).

Ik heb zijn publicatie ‘ICT-bewustzijn als succesfactor in onderwijsinnovatie’ gelezen. Weer een argument erbij om de master te willen volgen.
In zijn publicatie stelt hij het ICT-bewustzijn aan de orde in relatie tot onderwijsinnovatie.

Wat hij als eerste doet is de belangrijkste begrippen (innovatie en ICT) definiëren. Goede zaak. Dat wordt vaak vergeten, wat nogal eens aanleiding is tot begripsverwarring.
(Onderwijs)innovatie omschrijft hij als “het bewust toepassen van nieuwe leermaterialen, hulpmiddelen, didactische methoden en organisatie- en aansturingsmodellen teneinde onderwijsleerprocessen op enig aspect te verbeteren.”

De term ICT wordt volgens hem op vier manieren gebruikt:

  • de techniek, dus hard- en software
  • het vakgebied en professionele praktijk (het werken in)
  • de toepassing van de techniek in samenleving en bedrijfsprocessen
  • de wetenschappelijke bestudering van bovenstaande punten

Voor een verdere indruk van zijn visie verwijs ik naar zijn  presentatie:

Hij geeft een helder overzicht van de zaken die een rol spelen bij de rol van ICT in de onderwijsinnovatie. Hij maakt onderscheid naar de verschillende niveau’s (micro, meso en macro). De rol van de docenten, bestuurder en managers komt expliciet aan de orde.

Voor het succesvol zijn van innovaties met ICT in het onderwijs moet elke medewerker beschikken over ICT-bewustzijn. Dat blijkt onder andere uit gedrag als:  alert zijn op nieuwe ontwikkelingen (RSS, conferenties, seminars), toepassen van nieuwe functionaliteit, netwerken, participatie delen en samenwerken en onderzoek. Gedrag dat je binnen onze scholengemeenschap niet veel en frequent aantreft.

Wat ik niet terug vind, is hoe je dit ICT-bewustzijn kweekt en/of bevorderd. Ik heb er op dit moment geen pasklaar antwoord op. Maar misschien komt dat aspect terug in de master.

BYOP

Acroniem voor: Bring Your Own PC. Dat bedoel ik niet voor een lan-party, maar als toekomstbeeld voor het (voortgezet) onderwijs.

Nu kost het de ICT-afdeling veel tijd en energie om alle desktops, laptops, PDA’s, smartphone’s, etc. te beheren. Daarnaast zijn de kosten (voor lease of afschrijving) hoog en deze zullen alleen maar stijgen. De ratio leerling : PC daalt en zal binnen enkele jaren op 1:1 uitkomen. Nu lossen we het beheer primair op door standaardisatie. Dat staat haaks op de toenemende eis om maatwerk en flexibiliteit van de gebruikers. De één wil een 12″ scherm, de ander juist 17″, weer een ander een netbook of een macbook.

De oplossing hiervoor is simpel: laat elke leerling (en docent) zijn/haar eigen ‘device’ gebruiken. De gebruiker bepaalt zelf wat het prettigst werkt. De gebruiker is tevens eigenaar en beheerder, dus veel zuiniger op de spullen. De persoonlijke effectiviteit zal verbeteren, omdat je gebruik maakt van je software die bij je ‘past’. Je persoonlijke werkplek dus. Dit sluit tevens goed aan bij de trend dat de scheidslijn tussen werk (voor de leerlingen: formeel leren) en privé steeds dunner wordt.

Welke randvoorwaarden moeten hiervoor op school worden ingevuld?

  • Er moet een dekkend draadloos netwerk met voldoende bandbreedte beschikbaar zijn.
  • De (educatieve) content en applicaties moeten via Internet beschikbaar zijn via een persoonlijke portal die de school aanbiedt.
  • Er moet een servicedesk zijn voor ondersteuning van de gebruikers.
  • Het onderwijsproces moet hierop ingericht zijn. Visie dus!

De gebruiker aan de macht dus? Nee, een aantal applicaties zijn standaard: bijvoorbeeld de ELO, het school informatie systeem, de HRM- en financiële software, kortom alle applicaties waarbij continuïteit en uitwisselbaarheid van gegevens voorop staan.

Bij een aantal (grote) bedrijven werkt men al zo. Ik durf het als streven in het (nog op te stellen) nieuwe ICT-beleidsplan 2009-2013 op te schrijven. Of ben ik te optimistisch?

Distributie educatieve software

Het beheer van de educatieve software en het beschikbaar stellen daarvan aan de gebruikers binnen een onderwijsinstelling is geen sinicure. Er is een spanningsveld tussen beheersbaarheid en flexibiliteit: de ICT-afdeling wil niet dat elke gebruiker software installeert; de gebruiker wil snel kunnen beschikken over de gewenste software. En dan heb ik het nog niet eens over licentiebeheer en het feit dat sommige applicaties met elkaar interfereren.

Veel scholen lossen dit op door images samen te stellen waarin de gewenste applicaties zijn opgenomen, die vervolgens worden uitgerold naar de PC’s. Op sommige scholen gebeurt dat één keer per jaar. Nadeel is dat alle gebruikers alle programma’s krijgen aangeboden en uit het woud aan applicaties de juiste moeten kiezen.

Wij willen de leerlingen uitsluitend de software beschikbaar stellen die ze nodig hebben. Dat is ons als volgt gelukt.
De ICT afdeling van onze scholengemeenschap is echt Novell bolwerk (in de goede betekenis van het woord). Via het netwerk worden ruim 500 (vooral educatieve) applicaties beschikbaar gesteld. Van deze applicaties worden packages gemaakt. Deze worden gekoppeld aan een applicatieobject. Aan datzelfde applicatieobject worden de betreffende leerlingen als ‘members’ gekoppeld. De leerlingen zien alleen de applicaties waarvan ze ‘member’ zijn.

Voorheen werden de members gekoppeld door een export-import slag vanuit Magister. Vooral aan het begin van het schooljaar veel werk en tussentijds lastig te beheren. Nu hebben we met UMRA van Tools4ever een koppeling gerealiseerd tussen het Magister boekenfonds en Novell. De netwerkapplicatie wordt opgenomen als ‘boek’ in het boekenfonds van Magister, gekoppeld aan de studie en het vak en vervolgens toegekend aan de betreffende leerlingen. In een batchrun worden ’s nachts de (member) mutaties verwerkt in de applicatie-objecten.
Gevolg: de beheerslast sterk gereduceerd en maatwerk voor de gebruikers.

Met UMRA wordt tevens het beheer van de leerling-accounts geregeld: een leerling aangemaakt in Magister resulteert automatisch in een Novell account met bijbehorend email-adres en home-directory.

MLI

Ofwel Master of Learning & Innovation. De aankondiging hiervan heeft mijn interesse gewekt (zie eerdere blogs). Vanavond heb ik de open avond op Windesheim bezocht. Het gros van de onderwerpen spreekt mij aan. Het is een nieuwe opleiding, dus ze presenteren het ook als een expeditie. Daar houd ik wel van.

Ik merk dat ik behoefte het aan een meer formele invulling van mijn leren. Op expeditie met een aantal lotgenoten (leuke mensen ontmoet) met als ankerpunten een zestal lectoraten kan dit waarschijnlijk prima ondersteunen.

Vorgende stap wordt nu: de organisatie overtuigen dat er sprake is van een wederzijds belang. Ik hik nog wel aan tegen de studielast (20 uur/wk), maar misschien kan ik dat deels oplossen door bapo op te nemen. Maandag meteen naar HRM om de mogelijkheden en consequenties door te spreken.

Windesheim (i.s.m. Stenden) is niet het enige instituut dat deze master verzorgd. De Besturenraad heeft ze op een rij gezet.