datavisualisatie

In Atheneum 5 heb ik bij mijn vak informatica het onderwerp Big Data behandeld. Daarbij kwam ook data-analyse en -visualisatie aan de orde. Bij de praktische opdracht was er ruimte voor werken met Tableau. Zelf had ik daar even aan geroken. Ik was benieuwd wat de leerlingen hiermee konden doen in drie lessen.

Het gemak waarmee ze hun weg vonden en ook hun resultaten hebben mij verrast. Het eindresultaat van één groep wil ik – met hun toestemming – delen. Op basis van open data betreffende de verkiezingen heeft deze groep de percentages van de christelijke partijen in kaart gebracht en een analysemogelijkheid aan toegevoegd. Chapeau!
Mijn collega maatschappijleer zag meteen de mogelijkheid de Biblebelt in beeld te brengen.

Tableau Public is vrij beschikbaar. Op basis van deze ervaring vraag ik de (eveneens gratis) educatieve = uitgebreide versie aan.

Magister push bericht (1)

Gisteren ontstond er enige verwarring tussen een collega en een aantal leerlingen van A5 betreffende Magister Berichten. De collega (en velen met hem) gebruikt Magister Berichten voor de communicatie met de leerlingen. De leerlingen bleken niet allemaal op de hoogte van het laatste door deze collega verzonden bericht. Magister Berichten worden, zoals je dat kan verwachten, netjes afgeleverd en zijn voor de leerlingen ook te lezen via de Magister app. Dat is het probleem niet.

De leerlingen openen de Magister app slechts af en toe en missen daardoor soms urgente berichten. De leerlingen gaven aan een push notificatie te verwachten bij de ontvangst van een nieuw Magister Bericht. Vanuit hun belevingswereld een begrijpelijke wens. Deze functionaliteit is echter niet ingebouwd in de Magister app. Dit hoeven we volgens de Magister roadmap dit schooljaar ook niet meer te verwachten.

Ik ‘hoorde’ heer Bommel verzuchten: “Tom Poes, verzin toch eens een list!”. Het moet toch mogelijk zijn om een push bericht te genereren bij de ontvangst van een Magister Bericht? Na wat speurwerk en Klooien (met een hoofdletter: ik gebruik dit als geuzenterm) is het mij gelukt. Ik heb de Pushover app (beschikbaar voor Android en iOS) geïnstalleerd. Na aanmelding beschik je over een ‘@pomail.net’ mailadres waar je de berichten die een notificatie moeten genereren heen kunt sturen.

Enige dat ik nu nog moest doen, is een regel in ons mailprogramma GroupWise aanmaken die de berichten van (de in Magister geregistreerde) afzender van een Magister Bericht automatisch doorzet naar het pomail.net mailadres. Het aanmaken van een regel kan vreemd genoeg niet in de webversie van GroupWise, dus dat heb ik vanmorgen op school gedaan. Het werkt!

Dus met enige inspanning kunnen leerlingen, maar ook leraren! zorgen dat ze een push notificatie op de smartphone ontvangen als er een nieuw Magister Bericht wordt gestuurd.

Toen ik dit vanmorgen (met enige trots) deelde met mijn A4 groep reageerde Tom (geen familie van de hiervoor genoemde) vrij nonchalant: “maar meneer, dat had u toch ook gewoon via Flow in Office 365 kunnen doen!”
De Pushover app kent een proefperiode van 7 dagen en kost daarna eenmalig $4,99 per platform. Ik heb dus nog 6 dagen om uit te zoeken of ik hetzelfde binnen Flow voor elkaar kan krijgen. Voor leerlingen is dit waarschijnlijk gemakkelijker (zij beschikken wel over Outlook); voor leraren complexer door het gebruik van GroupWise.

Ontzorgen

Deze week kwam ik het buzzwoord ‘ontzorgen’ twee keer tegen: in een offerte van een leverancier en in het advies ‘Doordacht digitaal’ van de Onderwijsraad. Dagblad Trouw schreef er een kritisch artikel over. Dat artikel sluit af met: “ontzorgen zou een verleidelijk eufemisme zijn voor ‘de verzorgingsstaat afbreken’“.

Ik kan het woord niet meer horen! Ik krijg er de groezels oaver de rugge van. Ik interpreteer het als een (loze) kreet die wordt gebruikt als men niet in staat is in Jip & Janneke taal uit te leggen welke toegevoegde waarde men kan en wil leveren.

Het kost mij grote moeite het betreffende document niet direct te sluiten. Liefst zou ik de opsteller van het document willen vragen uit te leggen hoe hij/zij weet welke zorgen ik (of mijn organisatie) zich maakt, aangevuld met de acties die er toe leiden dat ik zonder zorgen ben. Waarschijnlijk is het gevolg van ‘ontzorgen’ dat ik mij zorgen ga/moet maken over de financiële consequenties ervan.

Ik ben blijkbaar niet de enige die moeite met dit buzzwoord heeft. Met Kiezel ben ik van mening dat de term ‘ontzorgen’ een Woord Dat Niet Meer Mag is.

The Inevitable

Op mijn ToDo-lijstje voor deze meivakantie stond het uitlezen van het boek ‘The Inevitable’ van Kevin Kelly. Inevitable kan je vertalen als onvermijdelijk, onafwendbaar of onontkoombaar. De subtitel luidt: “understanding the 12 technological forces that will shape our future”. Op basis van zijn ruime kennis en ervaring schetst Kevin Kelly een beeld van de ontwikkelingen die volgens hem een rol spelen bij het vormen van onze toekomst. Dat doet hij in de vorm van 12 werkwoorden. Hij schetst geen concreet toekomstbeeld, maar zijn beeld van de weg ernaartoe (alleen als je achterom kijkt, zie je het pad). De 12 werkwoorden vormen als het ware 12 rijstroken van deze snelweg. De belijning is niet altijd even duidelijk, omdat begrippen als stromen, delen, filteren en remixen deels afhankelijk van elkaar zijn, elkaar overlappen en versterken.

Nu zou ik hier mijn eigen samenvatting kunnen geven, maar er zijn anderen (NOBB Veghel) die dat (veel) beter doen en ook nog eens de verbinding maken met boeken over dezelfde tijdsgeest, onafhankelijk van elkaar geschreven. Ik houd het dus bij delen.

Volgens Kevin Kelly staan we nog maar aan het Begin (the Beginning). Op weg naar de ‘holos‘: “the collective intelligence of all humans, combined with the collective behavior of all machines, plus the intelligence of nature, plus whatever behavior emerges from the whole”. (p 292)

Dit boek bevestigt wat Jan Rotmans beweert: er is sprake van een verandering van tijdperk. We bewegen ons op een kantelpunt (‘edge of chaos‘). Fasten your seatbelts! Ik rijd mee.

Zijn verhaal op Youtube en de 12 ‘rijstroken’.

I&I 2017: terugblik

Nu ik weer ‘voor de klas’ sta als docent informatica, voelde ik het als een verplichting de I&I conferentie op 19 april 2017 bij te wonen. Een korte terugblik.

Aad van der Drift deed de aftrap, waarbij hij stilstond bij het overlijden van René Franquinet en het (groeiende) tekort aan informatica docenten in het VO. Daarna introduceerde hij de keynote spreker Miles Berry. Zijn presentatie op YouTube. Computational Thinking / Digitale Geletterdheid is hot. In het Verenigd Koninkrijk lopen ze duidelijk voor op ons. Mooi vond ik de term ‘tinkering‘, die aardig in de buurt komt van ‘klooien‘.

Na de keynote heb ik de workshop ‘Scenario’s voor ontwikkeling en invoering van een leerplan voor digitale geletterdheid in de bovenbouw’ van Jos Tolboom en Victor Schmidt (SLO) bijgewoond. Aan de hand van een concreet voorbeeld (fietsroute) met meerdere aanknopingspunten voor digitale vaardigheden bij verschillende vakken ontspon zich een boeiend gesprek. Daarbij kwamen de thema’s scheiding tussen de vakken (in de terminologie van Thijs Homan: losgekoppeld i.p.v. losjes gekoppeld) en de ICT vaardigheden van docenten (maar ook de leerlingen) naar boven drijven. Er vond een stevig potje betekenissenbridge plaats.

Tijdens de lunch was er ruim de gelegenheid om te netwerken. Na de lunch heb ik de workshop ‘Individuele keuzes en groepsgedrag (Kunstmatige Intelligentie)’ van Harmen de Weerd gevolgd. Met behulp van Netlogo (bij het zien van de onderliggende code van één van de simulaties kreeg ik een ‘flashback’ naar het besturen van een schildpad met Logo: afbeelding links) liet Harmen zien dat individueel gedrag op basis van een klein aantal eenvoudige regels ‘intellectueel’ gedrag van een groep tot gevolg (b)lijkt te hebben. Inmiddels heb ik het programma Netlogo door onze ICT afdeling binnen ons schoolnetwerk laten installeren, want ik zie hiervoor zeker toepassingsmogelijkheden bij de informatica lessen.

De afdronk: goede opzet, leerzaam (ik kon zomaar 4 matches maken met de criteria geformuleerd in mijn vorige blog ‘Lerende leraren‘) en voldoende mogelijkheden tot ‘ideeënsex’, ‘mentaal fierljeppen’, ‘betekenissenbridge’ en vormen van ‘weak-ties’ (om maar eens een paar Homan beeldwoorden te gebruiken). Kortom: geslaagd!

 

Lerende leraren

Als zijinstromer kijk ik vanuit een ander perspectief naar mijn (werk)omgeving dan menig collega met tig jaren ervaring. Soms met verwondering, die ik als volgt in een paradox heb geformuleerd: “hoe is het mogelijk dat in een organisatie waar leren het primaire proces is, degenen die dat faciliteren (de leraren) dat gedrag zelf zo weinig vertonen?”

Via mijn LinkedIn netwerk werd ik op een lezing (op fietsafstand) van Klaas van Veen geattendeerd met onderstaande omschrijving:
Scholen zijn organisaties waarin leerlingen leren. Een omgeving waarin leerlingen alleen en samen met anderen leren lezen, rekenen, of een diploma behalen of zich voor te bereiden op een beroep.
Maar zijn scholen ook een omgeving waar docenten kunnen leren? Deze vraag is actueler dan ooit, daar van leraren wordt verwacht dat zij aan hun eigen ontwikkeling werken.
Maar hoe kunnen organisaties een omgeving inrichten waarin het leren van docenten net zo normaal is als het leren van leerlingen?
Prof. Dr. K. (Klaas) van Veen, zal in een lezing ingaan op bovenstaande vragen door te kijken wat onderzoek hierover zegt en met name hoe dit leren door leraren effectief kan plaatsvinden en optimaal worden georganiseerd. Zijn algemene stelling is dat scholen slecht zijn ingericht op het leren van docenten en dat ze er daarom maar beter niet aan kunnen beginnen, tenzij…

Mijn belangstelling werd hierdoor gewekt en ik heb zijn lezing vorige week bijgewoond. Het was een interessant verhaal waardoor ik nu veel genuanceerder tegen de door mij geformuleerde paradox aankijk. Ik geef een (zeer) korte samenvatting van de door Klaas genoemde bevindingen.
Leren van leraren blijkt het meest effectief als:

  • de inhoud (‘leerstof’) les gerelateerd en direct toepasbaar is,
  • de leraren zelf actief en onderzoekend kunnen leren,
  • de leraren gezamenlijk kunnen leren,
  • er voldoende tijd en ruimte voor beschikbaar is,
  • er sprake is van samenhang met het beleid,
  • het tevens gericht is op het leren van de leerlingen.

Nu heb ik dit schooljaar een aantal verschillende trainingen gevolgd, waarvan het leerrendement voor mij nihil was. Als ik daarop terugkijk, kost het mij moeite twee (laat staan meer) matches te vinden met bovenstaande criteria. Klaas heeft veel onderzoek gedaan naar onder andere de professionele ontwikkeling van leraren, waarvan ik inmiddels deze publicatie uit 2010 heb gelezen. Misschien moet ik mijn paradox als volgt herformuleren: “hoe is het mogelijk dat, nu de randvoorwaarden voor professionele ontwikkeling van leraren bekend zijn, deze nauwelijks worden ingevuld door het management?”

Deze blog draag ik op aan mijn vader, onderwijsman in hart en nieren. Hij zou vandaag 90 geworden zijn.

Klooien

In de taal van mijn wortels, het Achterhoeks, zeggen ze het als volgt: “wi-j knooit moar vedan”. In het Fries: “it bliuwt pielen”.
Martijn Aslander benadrukt het belang van prutsen of klooien. Het is een belangrijke voorwaarde voor leren en ontwikkeling.

Deze week wees een leerlinge (dank je Amber) tijdens een les over ‘Big Data’ mij op Tumblr. Had ik nog nooit van gehoord. Nu was ik in Magister aan het prutsen met een studiewijzer om mogelijke onderwerpen voor een profielwerkstuk (PWS) voor mijn vak informatica op een rij te zetten. Dat resulteerde in een verzameling tekst met hyperlinks. Niet echt uitnodigend voor leerlingen om zich te oriënteren op een mogelijk onderwerp.

Na wat grasduinen in Tumblr (bekijk vooral ‘wat is Tumblr?’) dacht ik: “als ik dat nu eens gebruik voor het PWS verhaal”. Een avondje experimenteren (mijn vrouw vindt klooien negatief en plat klinken, dus gebruik ik dit nu maar als synoniem) leverde het volgende resultaat op:
https://vwo5-informatica-pws.tumblr.com/
Grootste voordeel vind ik dat dit visueel veel aantrekkelijker is dan de studiewijzer. Verder is het open, waardoor ook leerlingen van andere scholen hier inspiratie op kunnen doen.