Feeds:
Berichten
Reacties

Gedenken

foto door mijn zusje Evelien

Dit is een dag van stil staan en stil zijn. Mijn vader brandde op 4 mei een kaarsje voor zijn broer en zus. Behalve de bloedband was er nog iets was deze drie met elkaar verbond: het verzet in WOII. Dit ‘draadje’ hebben we op onze familiedag, die ik in een vorige blog heb genoemd, als neven en nichten gevolgd. Dit bracht ons bij het monument bij het afwerpterrein Stegerveld.

Mijn oom (schuilnaam Buter) en vader (jonge Buter) maakten deel uit van de verzetsgroep Vroomshoop en waren beiden actief op het afwerpterrein. Hun zus Map was koerierster. Meer informatie is te vinden in het document Vroomshoop bevrijd. Mijn vader heeft nooit veel verteld over deze tijd. Ik ben maar één keer met hem bij het ‘hol’, waarin ze zich verscholen, geweest. Nu wij de oudste generatie zijn, is het niet meer mogelijk informatie uit de eerste hand te verkrijgen.

Gelukkig zijn er mensen die de geschiedenis tastbaar maken, bijvoorbeeld in de vorm van een monument, waardoor het mogelijk is erbij stil te staan. Daarnaast zijn er boeken waarin de verhalen zijn gestold, zoals ‘met onvergetelijke moed’ van G. Heijink. Ook is er nog het verhaal van één van de leden van deze verzetsgroep Evert Vaartjes opgenomen door rtv Oost.

Ik neem de traditie van mijn vader over en brand vanavond een kaarsje.

Wet van Ashby

Koninginnedag heb ik voornamelijk besteed met lezen: ‘Maak er wat van!‘ van Joep Schrijvers (met als subtitel ‘vindingrijk in lastige situaties’). Heerlijk in onze tuin in het zonnetje.

Joep begint met de definitie van een ‘lastige situatie’. Daarbij komt de wet van Ashby ter sprake. Deze was nieuw voor mij. Ashby’s law of requisite variety geeft mij wel een nieuw handvat om de wereld om mij heen beter te leren begrijpen. Ashby was een psychiater en pionier op het gebied van systeemleer. De wet stelt dat een systeem, om te kunnen voortbestaan, over evenveel (of meer) variatiemogelijkheden moet beschikken dan de variatie waarmee dat systeem te maken heeft. In mijn eigen woorden: je moet een (handelings)repertoire hebben dat past bij de complexiteit van je omgeving. Bij ‘je’ hoef je niet alleen een persoon te denken. Het kan ook een organisatie zijn.

Als je repertoire te beperkt is – of is geworden als gevolg van een verandering (lees vergroting van de variatie) van je omgeving – dan kom je terecht in een ‘lastige situatie’. Je komt op een kantelpunt en moet actie ondernemen. In principe zijn er dan twee dingen die je kunt doen: de zaak vereenvoudigen (de variatie die binnenkomt vanuit je omgeving verkleinen) of je eigen variatie (repertoire) vergroten. Het laatste betekent dat je moet leren.

Terwijl deze blog rijpte in mijn gedachten, las ik in de trein op weg naar mijn werk (met de combinatie van trein en vouwfiets kan ik tot op heden nog steeds alle variaties van gewenste verplaatsingen in Nederland aan) het volgende berichtje: hoe ga je om met mobieltje op school? De omgeving is veranderd en je herkent de lastige situatie waarin je terecht komt, omdat het huidige repertoire daar (nog) geen antwoord op heeft. Het artikel noemt ook één van de beide reacties: de zaak versimpelen door de variatie vanuit de omgeving te verkleinen = mobieltje verbieden. De andere oplossing wordt niet met name genoemd, maar is wel af te leiden uit ‘gebrek aan kennis’ = je kennis en daarmee je repertoire vergroten.

Ik denk dat de ondergang van Kodak een voorbeeld is van een bedrijf dat de wet van Ashby niet begrepen heeft.
Het is net jongleren: je vaardigheden bepalen hoeveel ballen je in de lucht kunt houden.

P.s. er was één uitzondering waarbij de combinatie trein en vouwfiets tekort schoot: ik moest vier dozen (folder)materiaal meenemen naar een klant. Ik heb toen eenmalig een huurauto toegevoegd aan mijn variatie :-)

Tastbare geschiedenis

Een aantal weken geleden hebben we een gezellige familiedag gehad in de buurt van Ommen. Tussen de neven en nichten (en de aanhang) lopen verschillende verbindingen: ‘draadjes’ die tezamen geweven zijn tot een familieband.

Eén van die draadjes wordt gevormd door onze gezamenlijke grootvader: Gerrit Rutgers, ook wel bekend als Meester Rutgers. Hij was in de periode van 1905 t/m 1946 werkzaam als hoofdonderwijzer op de Gereformeerde School te Vroomshoop. Na de familiedag heb ik een doos van zolder gehaald waarvan ik wist dat er nog spullen van mijn grootvader in zaten. Daar kwamen meerdere verrassingen uit, die ik op mijn blog zal delen.

De mooiste vondst vind ik een set van 26 kaarten met de bijbehorende tekst van de revue bij zijn afscheid als hoofd der school op 17 januari 1946. Ik noem dit een powerpoint uit de oude doos. Hoe het precies in zijn werk is gegaan, weet ik niet. Ik stel mij voor dat mijn grootvader de kaarten één voor één moest omdraaien terwijl een (oud?)leerling de bijbehorende tekst voordroeg. Klik op onderstaand icoon voor het starten van de diapresentatie.

Het publiek moet in die tijd wel geduldig zijn geweest. In de eerste plaats konden de meesten de afbeeldingen niet zien en in de tweede plaats was de tekst – voor de huidige begrippen – lang(dradig).

Ongetwijfeld liggen er op vele zolders nog vergelijkbare ‘schatten’ die getuigen van het verleden. Nu hebben we de mogelijkheid deze tastbare zaken te delen. Ik vraag mij af of er twee generaties na mij ook mensen zijn die getuigen van een vondst in één van de uithoeken van (de opvolgers van) internet van een presentatie van één van hun voorouders in slideshare, een verhaal in een blog, een brief, een e-book of een aantal digitale foto’s of filmpjes. Of is onze geschiedenis straks vervluchtigd?

In mijn blog The Tipping Point heb ik helemaal geen aandacht besteed aan nog één van de kenmerken die Malcolm Gladwell noemt: ‘the law of 150’. Hij stelt daarin dat als groepen groter worden dan 150 de sociale cohesie snel vermindert. Waar komt dat getal vandaan?
Nu defuseren steeds vaker genoemd wordt, vraag ik mij af hoe ver je daarbij dan moet gaan. Wat is de ideale grootte (zo die al bestaat) van een onderwijsinstelling? Bestaat er een soort ‘BMI’ waaruit je kan afleiden dat er sprake is van ‘overgewicht’?

Defuseren is geen nieuwe term. In de periode van 2008 – 2010 is onderzoek gedaan door het CPS en zijn er een aantal artikelen over dit onderwerp verschenen. De neventitel is ‘op zoek naar Orcagrootte’. Ik ging ervan uit dit een aanduiding van de ideale grootte van een onderwijsinstelling betrof. Buiten deze publicatie tref ik de term orcagrootte echter nergens aan. In wikipedia is te lezen dat een groep orca’s uit maximaal 90 dieren bestaat.

Eckart Winzten hanteert in zijn celmodel een grens van 50-60 medewerkers voor een nieuwe afsplitsing. Er zijn ondernemers (bijvoorbeeld QNH) die vergelijkbare uitgangspunten hanteren, maar deze grens hoger leggen: bij 80 medewerkers.

De ‘law of 150’ van Malcolm Gladwell komt van het zgn. Dunbars getal. Dunbar heeft onderzoek gedaan naar de correlatie tussen de afmeting van de neocortex en de grootte van een sociale groep. Voor mensen zou de gemiddelde groepsgrootte op 148, afgerond 150 liggen. Voorbeelden daarvan zijn de groepsgrootte van jagers-verzamelaars, religieuze groepen en militaire eenheden. Het is een groep waarin ieder elkaar min of meer bij naam kent en die door informele sociale controle bij elkaar gehouden kan worden. Worden de groepen veel groter, dan zijn onze hersenen niet in staat de sociale informatie te verwerken. We hebben dan regels en procedures nodig om de boel bij elkaar te houden.

Peter Killworth geeft aan dat een persoon gemiddeld maximaal 290 verbindingen kan ‘onderhouden’. Dat is bijna het dubbele van het Dunbar getal en een factor drie vergeleken met de orcagrootte.

In het VO is de ratio aantal leerlingen per fulltime medewerker ongeveer 10 : 1. Over het algemeen blijven homogene groepen leerlingen (opleiding / leerjaar, cohort, klas, lesgroep) binnen de hierboven genoemde grenzen. Op basis van de ratio en Dumbars getal van 150 als uitgangspunt voor een team (docenten, OOP en directie) zou de ‘ideale’ school 1500 leerlingen tellen.

Uit het onderzoek van CPS blijkt dat het vaststellen van de ‘menselijke maat’ lastig (zo niet onmogelijk) is. Als je uitgaat van kennen en gekend worden, schat ik dat het ideale leerlingenaantal in het VO tussen 800 en 1600 ligt. Daar is echter geen enkele harde onderbouwing voor. Ik denk dus dat er geen ‘BMI’ voor een school kan worden vastgesteld.
Uit de publicatie ‘Defuseren, de harde feiten’ blijkt overigens dat defuseren vrijwel onmogelijk is (gemaakt).

Afrika is besmettelijk

Een mijlpaal: mijn 100-ste bericht. Ik draag deze op aan Steven van de Vijver, tropenarts en schrijver van ‘Afrika is besmettelijk’. Daarin doet hij verslag van de tijd dat hij voor Artsen zonder Grensen in Congo werkte. Het afgelopen weekend heb ik dit met groot plezier gelezen. Zoals jullie weten ben ik ook besmet met het ‘Afrika virus’. Steven beschrijft zijn ervaringen in Congo op een heel persoonlijke wijze. Het meeste is voor mij heel herkenbaar (behalve de oorlogsdreiging).

Steven heeft ook een filosofische inslag. Hij onderzoekt de verschillen tussen de Afrikanen en hemzelf. De manier waarop hij dit verschil beschrijft, wil ik met jullie delen:

De inwoners van Baraka (plaatsje in Congo) lijken van elastiek, zowel fysiek als mentaal. Taai, sterk en veerkrachtig. Het elastiek is lastig te vormen of te plooien en tot frustratie van degene die dat probeert, gaat het in elke situatie vanzelf weer terug naar de ideale uitgangspositie: volledig ontspannen.
Vergeleken met hen ben ik van hout. Hard, stug en vol splinters. Redelijk gemakkelijk in de gewenste staat gevormd, en vervolgens dienstbaar en betrouwbaar. Maar de vorm is statisch en als de situatie verantert en het hout eenmaal breekt, lijkt het niet meer hersteld te kunnen worden.

Waldorf: De directie heeft ons uitgenodigd voor een workshop over het gebruik van social media voor communicatie binnen de school.

Statler: Klinkt goed!

Waldorf: Ik heb de brief met de uitnodiging vanmorgen per post ontvangen.

Waldorf & Statler 1

Vind ik nog steeds leuk (elke gelijkenis met bestaande personen berust op louter toeval):

Waldorf: What’s all the commotion about?
Statler: Waldorf, the bunny ran away!
Waldorf: Well, you know what that makes him -
Both: Smarter than us!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.